Binnen OBEVAP onderzoekt KU Leuven samen met Forschungszentrum Jülich en de Bodemkundige Dienst van België en in samenwerking met Viaverda, Harvestis en Praktijkpunt Landbouw opkomstirrigatie in verschillende teelten. Verschillende technieken helpen bij het monitoren van de vochtbeschikbaarheid van het gewas voor en net na zaai. Op basis daarvan wordt gewerkt aan een model dat kan helpen bij irrigatiesturing van zaai tot volledige opkomst.
Het project bouwt verder op het afgelopen DRIP-project, waarin irrigatiesturing werd geoptimaliseerd van zaai of plant tot oogst. Binnen dat project werd duidelijk dat irrigatiesturing bij zaai een andere aanpak vraagt, door de nood aan voldoende vocht in de oppervlakkige bodemlaag, waar het zaad of de planten zich bevinden. Daarom wordt die fase binnen OBEVAP verder onder de loep genomen.
