De uienteelt heeft in de afgelopen tien jaar sterk aan belang gewonnen. In een mum van tijd is het areaal in België toegenomen van ongeveer 2000 ha in 2014 tot 7245 ha in 2025. In Vlaanderen gaat het over maar liefst 4525 ha in 2025. Het aantal unieke bedrijven dat uien aangeeft in de verzamelaanvraag steeg inmiddels tot 512 in 2025.
Valse meeldauw (Peronospora destructor) is een economisch heel belangrijke ziekte in deze teelt die de planten infecteert bij vochtige omstandigheden. De verspreiding van deze ziekte gebeurt via geslachtelijke overlevingssporen in de bodem, via ongeslachtelijke sporen met de wind of aangetast plantmateriaal. De infectie is ofwel al aanwezig in het plantmateriaal bij plantuien of gebeurt via het blad waarbij kieming enkel plaatsvindt als er vrij water op het blad aanwezig is. Bij gunstige omstandigheden kan de ziekte heel snel het volledige perceel aantasten en zorgen voor een grote opbrengstderving.
Voorlopig beschikken we in uien nog over een reeks chemische middelen, maar als we naar de FRAC groepen van deze middelen kijken, is er nog maar weinig diversiteit. Daarnaast hebben niet alle middelen een even goede werking, waardoor soms te regelmatig op dezelfde middelen beroep wordt gedaan. Basisprincipes van IPM zoals resistentiemanagement staan bij deze omstandigheden dus onder druk. Enerzijds zien we dat, ondanks een soms zeer groot aantal bespuitingen, de ziekte niet altijd onder controle wordt gehouden. Anderzijds zien we in sommige seizoenen dat onbehandelde plots in proeven nauwelijks of niet aangetast zijn en dat de vele bespuitingen dus niet nodig waren. We moeten werk maken van een meer beredeneerde aanpak.
Het hoofddoel van dit project is het duurzamer beheersen van valse meeldauw in de teelt van uien door middel van een innovatieve, datagedreven aanpak. Concreet willen we een voorspellingsmodel ontwikkelen dat op basis van beschikbare weersgegevens (zowel metingen als voorspellingen) voor volledig Vlaanderen het risico op infectie en sporulatie van valse meeldauw letterlijk in kaart brengt en risicokaarten genereert die de sector kan gebruiken om de toepassingen tegen valse meeldauw beter te plaatsen en zo niet alleen de beheersing te optimaliseren, maar ook het middelengebruik te reduceren.
Om dit doel te bereiken kunnen we een aantal deeldoelstellingen definiëren die een rechtstreekse impact hebben op de doelgroep en de algemene doelstelling, zoals:
- Het detecteren en kwantificeren van sporen van Peronospora destructor aanwezig in de lucht en in de bodem en hun belang als primaire infectiebron.
- Het integreren van bladnat als cruciale factor in het voorspellingsmodel voor optimalisatie van de voorspellingen.
- Het verwerven van gefundeerde kennis over de invloed van rassenkeuze, middelenkeuze, perceelskeuze en teelttechnische aspecten op de ontwikkeling van valse meeldauw in het gewas en het kwantificeren van het gecombineerde risico van deze factoren.
- Het programmeren van een gebruiksvriendelijk voorspellingsmodel dat het risico op (sporulatie en) infectie door valse meeldauw weergeeft; alsook de nood aan behandelen.
- Het informeren van de sector op continue wijze over de projectresultaten aan de hand van publicaties, proefveldbezoeken, vormingsmomenten en individueel advies voor een maximale doorstroming van de kennis.