Categories
Close
Menu
Menu
Close
Zoeken...
Search

Text/HTML

 

 

Verdere optimalisatie van hydroteelt gember is nodig

Verdere optimalisatie van hydroteelt gember is nodig
Print

De hydroteelt van gember heeft het potentieel om de teeltduur sterk te verkorten ten opzichte van een grondteelt onder tunnel. Dat bleek uit een proef in 2022.

Toch is er heel wat optimalisatie nodig. In 2025 zetten we al een stap in de goede richting door een aangepast voedingsschema. Maar de inputs lijken nog te hoog om met het resultaat tevreden te kunnen zijn. Vorig jaar werden ook de eerste stappen gezet met het gebruik van in vitro plantmateriaal.

Vlaamse gember wordt, net als op de meeste andere plaatsen ter wereld, in de grond geteeld. Op verschillende plaatsen wordt wel geëxperimenteerd met de hydroteelt, meestal om problemen met bodempathogenen te vermijden. Hoewel dit in Vlaanderen (nog) niet van toepassing is, kan de hydroteelt hier toch ook mogelijk voordelen bieden.

Eén van die voordelen zagen we in 2022 toen we al na vier maanden dezelfde opbrengst behaalden als na acht maanden in de grond. Dat zou betekenen dat we het oogstseizoen drastisch zouden kunnen verlengen. Een proef in 2024 kon deze bevinding niet bevestigen. Toch blijft het een interessante piste om verder te onderzoeken. Daarom schaafden we het teeltsysteem in 2025 wat bij en ondernamen we een nieuwe poging.

 

Link tussen voedingsschema en loof- en rhizoomgroei onduidelijk

In de hydroteelt zien we altijd dat de planten veel meer loof produceren dan in de grond. Loof dat bijna twee meter hoog wordt, is geen uitzondering. We vermoeden dat de planten te veel stikstof krijgen ten opzichte van kalium. Gesprekken met gembertelers in Italië bevestigen dit. Zij starten met een hoge stikstofgift en schakelen na ongeveer een derde van de teeltduur over naar een kaliumrijker recept.

In deze proef veranderden we van recept na twee maanden. We vergeleken deze strategie met een volledige stikstofrijke teelt en een volledige kaliumrijke teelt. We plantten op 24 maart 2025 voorgekiemde rhizomen in bakken van 15 liter en oogstten een eerste keer na vier maanden. Vervolgens werd nog drie keer geoogst, de laatste keer acht maanden na het planten.

Bij de eerste oogst lag de opbrengst iets hoger in de objecten met een hogere kaliumgift, al waren de verschillen niet significant. Met een opbrengst van gemiddeld 803 g/plant (kaliumrijke teelt) en 833 g/plant (omschakelstrategie) zaten we hoger dan de opbrengst na vijf maand in 2024 (555 g/plant) en hoger dan bij een volledig stikstofrijk traject (545 g/plant). Naarmate de teelt vorderde, werden de verschillen alsmaar kleiner en bij de laatste oogst waren de verschillen minimaal. Mogelijk werd dit veroorzaakt doordat de bakken, naarmate de teelt vorderde, te klein werden voor een goede rhizoomproductie.

We lijken nog altijd te veel loof te produceren. Bij de eerste oogst zagen we een licht effect van de bemesting, maar later verdween dit effect ook. Als we de opbrengst uit deze hydroteelt vergelijken met een grondteelt van 7 maand, zien we dat het wel degelijk mogelijk moet zijn om vier maand de opbrengst uit de grondteelt te evenaren. Wanneer we de resultaten uit deze proef vergelijken met de gangbare praktijk (starten vanuit aangekochte planten en niet vanuit rhizomen) zien we dat de opbrengst per plant pas na zes maanden hydroteelt hoger lijkt te liggen. We komen dichter bij een succesvolle hydroteelt, al liggen de inputs, voornamelijk warmte maar ook arbeid, nog veel hoger dan in de tunnelteelt.

 

Productie met eerste generatie in-vitroplanten nog niet op niveau

Rhizomen worden niet alleen gebruikt voor consumptie, maar dienen ook als plantmateriaal voor een volgende teelt. Daarbij is het uiteraard belangrijk dat ze ziektevrij zijn. Om hier zeker van te zijn, wordt er vaak gekeken naar in-vitrocultuur, ook bij gember. Uit literatuur is geweten dat het bij gember enkele generaties duurt na de in-vitro stap om op het productieniveau te komen van gember vermeerderd via rhizoom.

Toch is het interessant om vanaf de eerste generatie de opbrengst en eigenschappen in kaart te brengen. In dezelfde hydroteelt als hierboven vergeleken we het in-vitro materiaal met rhizomen als startmateriaal. Het grote aantal compacte stengels per plant en de uniformiteit was opvallend. De planten produceerden zoals verwacht weinig rhizomen (650 g/plant na acht maanden ten opzichte van 1.800 g/plant). Bovendien waren ze klein en heel moeilijk te bewaren. In 2026 zullen we de geoogste rhizomen uitplanten en bekijken we of de productie al hoger zal liggen.

 

Meer info

Jeroen Van Mullem

 

Comments are only visible to subscribers.