Categories
Close
Menu
Menu
Close
Search
Search

Duurzame beheersing van koolvlieg

Duurzame beheersing van koolvlieg
Print

Tijdens het SUSCABFLY-project worden duurzame maatregelen om koolvlieg te beheersen in praktijkomstandigheden uitgetest. Deze werden op eerder genoemde studienamiddag rond natuurlijke vijanden in de groenteteelt op 22 februari ook voorgesteld. In 2024 gaan we de beloftevolle maatregelen combineren om tot een degelijke alternatieve koolvliegbestrijding te komen.

 

Intercropping om natuurlijke vijanden aan te trekken

Natuurlijke vijanden kunnen heel handig zijn om koolvlieg mee te helpen bestrijden (zie het artikel "Natuurlijke vijanden van koolvlieg" in de vorige nieuwsbrief). Heel wat van deze nuttigen hebben nectar en/of pollen nodig om hun levenscyclus te kunnen vervolledigen of om te overleven in tijden van prooischaarste. Bloeiende planten in en rondom de percelen kunnen dus helpen om te voorzien in deze noden. De meest veelbelovende bloeiende planten om in/rond een kolenveld te zetten zijn korenbloem, boekweit en dille. Zij trekken namelijk geen plagen van koolsoorten aan, enkel natuurlijke vijanden. Tijdens het project heeft Inagro de aantrekkelijkheid van deze planten in praktijkomstandigheden gevalideerd en vergeleken met een controlebehandeling (grasstrook).

Boekweit blijkt de meeste natuurlijke vijanden van koolvlieg aan te trekken. Ook korenbloem bloeide lang en trok veel (algemene) natuurlijke vijanden aan. Dille lijkt praktisch dan weer minder interessant omdat het zichzelf heel makkelijk uitzaait en op die manier problemen oplevert in volgteelten. De effecten op de gewasaantasting door koolvlieg zijn voorlopig minder duidelijk, dit is vermoedelijk meer een werk van lange adem.

 

Inzetten van entomopathogene aaltjes en insecten

Gedurende drie jaar werden door PCG en Inagro veldproeven uitgevoerd rond het potentieel van entomopathogene nematoden (aaltjes) als antagonist van koolvlieg. Hierbij werd vnl. gefocust op Steinernema feltiae aangezien deze, in symbiose met een bacterie, koolvlieglarven binnen één à twee dagen kan afdoden. Proefresultaten tonen aan dat drie toepassingen met 100 000 aaltjes per plant de schade door koolvlieg in sommige jaren tot de helft kan reduceren (zie grafiek: Resultaten veldproeven). Deze aaltjes zijn al commercieel beschikbaar.

 

Grafiek aaltjes koolvlieg

Grafiek: Resultaten veldproeven rond de inzet van entomopathogene nematoden (aaltjes) en insectenfrass tegen de schade van koolvlieg.

 

Voor de toepassing tegen koolvlieg spuiten we de aaltjes (gemengd met water) op de plantbakken vóór het planten, of gieten we deze manueel aan de voet van de planten in het veld.
 

Toepassing aaltjes in kolen

Foto: Voor de toepassing tegen koolvlieg gieten we deze manueel aan de voet van de planten in het veld

 

De manuele toepassingen via aangieten, de kostprijs en het bestrijdingsresultaat maken dat entomopathogene aaltjes voor de praktijk nog geen efficiënte oplossing bieden. Naast de temperatuur- en vochtcondities van de bodem die de overleving van de aaltjes beïnvloeden, speelt ook het toepassingstijdstip in relatie tot effectieve eilegperiode van de koolvlieg een belangrijke rol.

Daarom wordt in de toekomst ook gekeken naar de combinatie van de toepassing van aaltjes met andere middelen of technieken. Eén van de mogelijke andere technieken is het inzetten van insectenfrass. Dit is een nevenstroom die ontstaat bij de kweek van bepaalde insecten. In de proeven hebben we deze pellets manueel aan de plantvoet gelegd en licht ingewerkt.

 

Frass aan plantvoet bij kolen

Foto: De insectenfrass wordt aan de plantvoet gelegd en licht ingewerkt

 

De frass zou bacteriën afscheiden die het microbioom van de rhizosfeer beïnvloeden waardoor de kolenplant weerbaarder zou worden. Hoe sterker de plant (en diens wortelgestel), hoe beter bestand tegen aanvallen van (bodem)insecten zoals koolvlieglarven. Aangezien frass ook een kleine bemestende waarde heeft, werd hiervoor gecorrigeerd in de andere objecten. Aangezien we ook veel meer larven waarnemen bij de objecten waar deze frass werd toegepast (zie foto hieronder), is het duidelijk dat frass geen rechtstreekse impact heeft op de eiafleg van koolvliegen.

 

Meer larven door frass in kolen

Foto: Bij de objecten waar insectenfrass werd toegepast, is het duidelijk dat frass geen rechtstreekse impact heeft op de eiafleg van koolvliegen.

 

Opnieuw tonen proefresultaten van de voorbije jaren aan dat een toepassing van frass kort na plant de schade door koolvlieg licht kan reduceren. In 2023 werd de combinatie van frass met entomopathogene aaltjes ook uitgetest. Deze combinatie toonde een heel mooi potentieel en wordt verder onder de loep genomen in 2024.

 

Eitjes wegblazen met een pneumatische onkruidwieder

Op de studienamiddag werd ook een filmpje getoond van een pneumatische onkruidwieder die koolvliegeitjes wegblies van aan de plantvoet. Het Proefstation voor Groenteteelt in Sint-Katelijne-Waver vormde een bestaande schoffelbalk om door op de schoffelmessen buisjes te monteren die aan weerszijden van de plant lucht blazen naar de planten toe. Deze werveling van lucht kan naast onkruiden ook eitjes van koolvlieg wegblazen. Dit werd vergeleken met een object waar de luchtstroming afgezet werd op de schoffelbalk. De eerste resultaten tonen dat dit, in droge omstandigheden en op lichte grond, potentieel heeft.

 

Afdekken als beste strategie

Zoals geweten, is afdekking eigenlijk de strategie die het meest zekerheid geeft in een voorjaarsteelt van bijvoorbeeld bloemkool. Vaak geeft dit zelfs nog een beter resultaat dan chemische behandelingen. Het gebruik van klimaatnet is voldoende, al zijn insectengazen (1,3 mm maaswijdte is voldoende) nog iets beter. Belangrijk is dat wildnet niet beschermt tegen koolvlieg!  Bij hoge druk wordt toch aangeraden om de netten zes weken op uw teelt te laten liggen. Bij rapen en Chinese kool dek je zelfs beter de volledige teelt af om schade te vermijden.

 

Duurzame beheersing van plagen in kolen

Foto: Het gebruik van klimaatnet is voldoende, al zijn insectengazen (1,3 mm maaswijdte is voldoende) nog iets beter.

 

Meer info?

Ellen Dendauw