Categories
Close
Menu
Menu
Close
Zoeken...
Search

Kolenseizoen in volle opstart

Kolenseizoen in volle opstart
Print

De bloemkolen eerste vrucht zijn intussen geplant, nu volgen ook andere koolsoorten, zoals spruitkool. Net zoals voorgaande jaren lopen er verschillende proeven, met hoofdzakelijk focus op de duurzame beheersing van bladluizen en koolwittevlieg in deze teelten, maar ook rond rassenonderzoek en irrigatie wordt er verder gewerkt.  

 

Goede start, begint nog voor plant 

Om een optimale start te hebben, wordt geadviseerd om bij levering (of door plantenkweker) al een plantbakbehandeling uit te voeren tegen de koolvlieg. Er kan ook met fijnmazig net worden afgedekt tot uitvoering van deze behandeling. Een goed uitgevoerde plantbakbehandeling biedt meerdere weken bescherming. In regio’s met hoge druk kan het wel aangewezen zijn bijkomende behandelingen (bij plant) te voorzien om een langere bescherming te bieden. Hiervoor kan je Force 1,5 GR aan 10 kg/ha of Sherpa aan 12 kg/ha gebruiken, die werden goedgekeurd als een 120-dagen regeling vanaf 1 april. 

Er zijn twee middelen erkend als plantbakbehandeling, deze op basis van spinosad en deze met cyantraniliprole. De eerste middelen op basis van spinosad (Tracer, Boomerang, Conserve Pro, …) hebben een goede werking tegen koolvlieg, raadpleeg Fytoweb voor de specifieke dosering per product. Daarnaast is ook Verimark (cyantraniliprole) erkend als plantbakbehandeling aan een dosis van 15 ml/1000 planten.  

Naast een bescherming tegen koolvlieg, zien we hier ook een goede bescherming tegen aardvlo en de eerste bladluizen. Een belangrijk aandachtspunt is om de behandeling niet in vlakke zon uit te voeren op een vochtig gewas. Vervolgens moet de plantbakbehandeling uniform toegepast worden, dit gaat het beste met een spleetdop. Achteraf moet je het product dan weer afregenen (maar niet uitregenen), zodat het goed tot aan de plantwortels geraakt en daar wordt opgenomen.  

 

Plaagbeheersing in kolen 

Sinds oktober 2025 is spirotetramat niet langer erkend in o.a. kolen. Deze intrekking gaf dan ook aanleiding tot het VLAIO LA-traject BREVAL, dat intussen al enkele jaren loopt. Daarin gaan we op zoek naar duurzame strategieën om vooral bladluissoorten en koolwittevlieg in kolenteelten te beheersen. Ook dit jaar zullen er verschillende proeven aanliggen bij ons, in combinatie met waarnemingen op meerdere praktijkpercelen. Het project werkt rond de verschillende pijlers van IPM met aandacht voor rasgevoeligheid, verbeterde waarneming van natuurlijke vijanden en het evalueren van potentiële biopesticiden om het aantal beschikbare middelen aan te vullen.  

Voor deze laatste zal ook bij Viaverda een proef aanliggen, aangevuld met geïntegreerde schema’s waarin we deze biopesticiden combineren met chemische middelen. Er wordt simultaan ook een proef aangelegd waarin we meer aandacht besteden aan de selectiviteit van verschillende middelen naar de natuurlijke vijanden toe. Een laatste proef focust op het belang van een bewuste middelenkeuze door in een demonstratieve opzet de negatieve impact aan te tonen van het gebruik van (onnodig) veel breedwerkende middelen. 

 

Schraal voorjaar, irrigatie klaar? 

Ook dit jaar zorgen (droge) omstandigheden voor uitdagingen. Dit jaar ligt voor de derde maal een bloemkoolirrigatieproef aan in het project HORF. Deze werd op 22 april 2026 geplant, waarna sterke instraling van de zon al bij start voor vertraging van de ontwikkeling heeft gezorgd.  

De planten groeien trager weg dan voorzien en beworteling komt minder vlot op gang. Hoewel de regen van de voorbije dagen (30 l/m² over 2 dagen) wat zal goedmaken, steeg het bodemvochtgehalte op 15 cm diepte slechts tot net boven de grens voor droogtestress.  

Desondanks kiezen we ervoor de eerste 30 dagen na plant niet te beregenen, om diepere wortelgroei te bevorderen. Met de voorspelde zachtere omstandigheden van de komende weken zal dit echter ook niet nodig zijn. Vanaf 35 à 40 dagen na het planten zullen we in de proef bovenberegening vergelijken met druppelirrigatie. We gaan hierbij zowel druppelen volgens telersgevoel als volgens advies op basis van modelleringen.  

 

Meer info

Louis Lippens en Sofie Venneman (project BREVAL)
Laure Braeckman (project Hort2thefuture)

 

Dit artikel kadert in de projecten 'BREVAL: geïntegreerde beheersing van bladluizen en koolwittevlieg in koolgewassen' en 'Hort2thefuture: horticultural innovations in soil-friendly practices to ensure a sustainable future'.

 

 

Vorig Artikel Eerste uitval in uien door groentevliegen
Volgend Artikel De plantperiode voor bataat komt eraan

Comments are only visible to subscribers.