Categories
Close
Menu
Menu
Close
Zoeken...
Search

Compost, houtsnippers en compostthee in bosboomkwekerij

Compost, houtsnippers en compostthee in bosboomkwekerij
Print

Bodemverbetering met organische materialen wint aan belang binnen de bosgoed- en haagplantenproductie. Toch blijft de vraag welke materialen op lange termijn effectief bijdragen aan een betere groei én bodemkwaliteit.

In een langetermijnproef met Carpinus betulus wordt sinds 2012 onderzocht hoe groencompost, houtsnippers en compostthee presteren in een intensieve haagbeukteelt. Wat leert meer dan 10 jaar onderzoek ons?

 

Proefopzet en behandelingen

De proef loopt sinds 2012 op haagbeukbosgoed in een tweejarige teeltcyclus. Omdat compost slechts bij aanplant kan worden ingewerkt, worden twee doseringen groencompost vergeleken: een standaarddosis van 24 ton/ha (24GC) en een dubbele dosis van 48 ton/ha (48GC), die het tussenliggende jaar zonder composttoediening compenseert. Deze objecten worden jaarlijks afgezet tegen een controle zonder compost (Co).

In 2019 werd een bijkomende behandeling opgenomen met een innovatieve compost met hoge C:N-verhouding (‘Zwarte Specht – Basis-gangmaker’, ZS). In 2022 kreeg de helft van het controleobject zeven bladtoepassingen met beluchte compostthee (aerated compost tea, ACT, 400 l/ha, 1:1 verdund).

 

Nieuwe accenten vanaf 2024

Bij de aanplant van 2024 werd de proef gedeeltelijk aangepast. De basisobjecten met groencompost bleven behouden, maar de ‘Zwarte Specht’-behandeling werd opgesplitst in twee nieuwe varianten:

  • lokale houtsnippers afkomstig van snoeihout (HS)
  • een mengsel van 50% houtsnippers en 50% groencompost (HS+GC)

Daarnaast werd compostthee voortaan niet meer bladmatig toegepast, maar als bodembehandeling (soildrench) aan 150 l/ha. Tijdens de groeiseizoenen 2024 en 2025 vonden negen toepassingen plaats, van juni tot eind september. Alle behandelingen zijn aangelegd in twee blokken om ruimtelijke variatie te kunnen beoordelen. Figuur 1 toont een overzicht van de proef met alle behandelingen.

 

Figuur 1: Proefopzet langetermijnproef haagbeuk met behandelingen in 2024-2025: controle (Co), houtsnippers (HS), beluchte compostthee (aerated compost tea, ACT), combinatie van houtsnippers en groencompost (HS+GC), groencompost aan 24 ton/ha (GC24) en 48 ton/ha (GC48).

 

 

Effecten op groei en plantkwaliteit

Resultaten na het groeiseizoen 2024

In het najaar van 2024 werd de lengtegroei sinds de start in voorjaar 2024 opgemeten (Figuur 2). We zagen een negatieve impact van houtsnippers op de lengtegroei. Door de late toediening onttrok het verse hout stikstof aan de bodem. De planten kleurden daardoor bleker en groeiden minder.

De combinatie van houtsnippers met groencompost dempte dit effect in blok A, maar niet in blok B. In blok A zorgden beide dosissen groencompost wél voor duidelijk meer lengtegroei dan de controle. Vooral de dubbele dosis sprong eruit. De effecten in blok B waren beperkter. De compostthee had geen merkbare invloed op de groei.

Figuur 2: Lengtemetingen op haagbeuk bosgoed na één groeiseizoen (najaar 2024) ten opzichte van de startlengte in voorjaar 2024. Behandelingen die dezelfde letter delen verschillen niet significant van elkaar (p ≤ 0,05).

 

Resultaten 2025: blokverschillen worden duidelijker

Na twee groeiseizoenen werden de verschillen tussen de proefblokken nog duidelijker (Figuur 3). In blok A bleven beide groencompostdosissen beter presteren dan de controle. Ook de compostthee-toepassingen en de combinatie van compost en houtsnippers resulteerden hier in extra lengtegroei. In blok B lagen deze behandelingen opvallend dicht bij de controle.

Het viel op dat de controleplanten in blok A aanzienlijk minder groeiden dan die in blok B, wat de interpretatie bemoeilijkt. Bij eerdere metingen (2020 en 2022) was dit blokverschil niet aanwezig.

Wat overeind blijft:

  • Groencompost, zowel enkel als dubbel gedoseerd, geeft de meest consistente groeistimulatie.
  • Houtsnippers, alleen of gemengd met compost, veroorzaken tijdelijk groeiverlies door stikstofbinding.

Figuur 3: Lengtemetingen op haagbeuk bosgoed na twee groeiseizoenen (najaar 2025) ten opzichte van de startlengte in voorjaar 2024. Behandelingen die dezelfde letter delen verschillen niet significant van elkaar (p ≤ 0,05).

 

Koolstof behouden versus koolstof opbouwen

Voor het opvolgen van koolstofopbouw zijn langlopende proeven essentieel. Metingen van totale organische koolstof (TOC) vertonen sterke jaarlijkse schommelingen, waardoor vooral de trend over meerdere jaren relevant is. Tabel 1 geeft de TOC-gehaltes van de haagbeukproef doorheen de jaren weer. Tot 2022 bleef het TOC-gehalte in de controle relatief stabiel, waarna een dalende trend zichtbaar werd. Deze afname trad niet op in het object met compostthee, maar de verschillen zijn te klein om hieruit een duidelijk positief effect af te leiden.

De groencompostbehandelingen vertoonden tot 2023 een stijging van TOC, met piekwaarden van 2,31% (24 ton/ha in 2021) en 1,77% (48 ton/ha in 2022). In 2025 en 2026 werd opnieuw een daling gemeten, zij het minder uitgesproken dan in de controle. Dit suggereert dat groencompost vooral helpt om koolstof op peil te houden, eerder dan een structurele opbouw te realiseren.

De houtsnipper- en combinatiebehandelingen tonen eveneens een daling, maar deze objecten liggen nog te kort aan om harde conclusies te trekken. De beperkte koolstofopbouw kan samenhangen met intensieve bodembewerkingen, regelmatig schoffelen en het rooien van planten waarbij ook wortelmassa wordt afgevoerd.

Tabel 1: Totale organische koolstof (TOC) in de periode 2012-2026. Analyses uitgevoerd op 0-30 cm bodemstalen.

 

     
 

Conclusie

Deze langetermijnproef toont aan dat koolstofopbouw in bosgoedteelt geen evidentie is. Het behoud van organische koolstof blijkt realistischer dan een uitgesproken opbouw. Groencompost komt naar voren als een betrouwbare maatregel om de groei van haagbeuk te ondersteunen en de bodemkwaliteit te stabiliseren. Voor houtsnippers is voorzichtigheid geboden wegens tijdelijke stikstofimmobilisatie. Verdere studie is nodig om beter te begrijpen welke teeltspecifieke factoren koolstofopbouw afremmen, zodat gerichte bodembeheerstrategieën voor de bosgoedteelt kunnen worden ontwikkeld.

 
     

 

Meer info

Emma Lanoo

 

Dit artikel kadert in het project 'CLOSECYCLE: kringlopen sluiten met producten uit organische reststromen op regionaal niveau'.

Vorig Artikel Noodtoelating Movento 100 SC goedgekeurd
Volgend Artikel Kick-off van project AEP-Pulse: circulaire voedselproductie met aquacultuur, insectenkweek en plantenteelt

Comments are only visible to subscribers.