Het is nog vroeg en vooral nat, maar binnen enkele weken hopen we als sector toch het veld in te kunnen. De uienteelt is doorgaans één van de vroegste groenteteelten om mee te starten. Een groot deel van het eindresultaat wordt beïnvloed door de keuzes bij de aanvang van de teelt. Daarom is het belangrijk om de verschillende opties goed te overwegen.
Een aantal factoren moet vooraf worden beslist, zoals bemesting, zaaidichtheid en zaaitechniek. Enkele weken geleden kon je al lezen hoe je jouw bemesting het beste aanpakt. Vandaag gaan we dieper in op zaaidichtheid en zaaitechniek. Deze zaken zijn grotendeels afhankelijk van de grondsoort en de omstandigheden.
Basisprincipes van uien zaaien
Uien worden het beste niet te diep gezaaid, op ongeveer 2 cm onder de grond. Het zaaibed moet zo worden voorbereid dat de toplaag fijn genoeg is om het zaad goed af te dekken. Het zaad zelf moet op een stevige ondergrond liggen en goed worden aangedrukt. Dit zorgt voor een vlotte kieming en een uniforme opkomst. Een zaaibed dat te fijn is, is gevoelig voor dichtslempen na een lichte regenbui. Op zandgrond kan daarentegen stuifschade optreden in droge omstandigheden na opkomst.
Dat het zaad goed afgedekt moet worden, heeft direct enkele gevolgen. Op zware grond kan alleen met enkele rijen worden gezaaid, omdat dubbele rijen door de grove kluiten niet voldoende worden afgedekt. Bovendien is het moeilijk om met een brede zaaikouter (voor dubbele rijen of bandzaai) een nette zaaivoor te vormen op deze grond. Op lichte grond bestaat daarentegen het risico dat een enkele zaaikouter te diep insnijdt, waardoor het zaad te diep wordt geplaatst.
Afzet bepaalt ook zaaitechniek en -dichtheid
Verschillende afzetmarkten stellen andere eisen aan het eindproduct. Bij de versmarkt staan kwaliteit, hardheid en bewaarbaarheid centraal, terwijl de industrie vooral grote, grove uien (+60 mm) vraagt die gemakkelijk te schillen zijn. Ook bij de versmarkt worden grove uien gevraagd, maar kleinere uien (40–60 mm) vinden eveneens hun weg naar de consument. Dunner zaaien resulteert in grotere, grovere uien, maar verhoogt het risico op dikhalzen.
In een proef op Viaverda, aangelegd in 2025, zagen we duidelijke verschillen tussen de gebruikte zaaitechniek en -dichtheid.
 |
| Zaaitechniek en -dichtheid. |
Op 25 april 2025 zaaiden we uien met zes verschillende zaaimachines, variërend van enkele of dubbele rijen op bedden van 1,50 m of 2,25 m. Eén machine zaaide ‘vollevelds’ met een bandje van 3 cm om de 30 cm, de overige machines zaaiden volgens de bekende ‘beddenteelt’. De zaaidichtheid varieerde, waar mogelijk, van 3,2 tot 3,8 E/ha; voor één machine was 3,2 E/ha niet haalbaar, waardoor daar slechts één dichtheid werd gebruikt.
De opbrengst in deze proef varieerde van 52 tot 65 ton/ha verkoopbare uien. Machines op 1,50 m bedden haalden ruim 50 ton/ha. De sortering bleek grover bij vier dubbele rijen in vergelijking met vijf enkele rijen. Bij hogere zaaidichtheid werd dit effect versterkt: bij 3,8 E/ha stonden de uien te dicht in de rij, waardoor het groeipotentieel werd beperkt. Dankzij een betere benutting van het oppervlak en een betere spreiding van de plantjes, lag de opbrengst op bedden van 2,25 m iets hoger, vooral voor het aandeel grove uien (+60 mm). Het verschil in plantaantal per m² bleef klein.
| |
|
|
| |
Weersomstandigheden cruciaal
Deze resultaten zijn representatief voor 2025, maar zijn niet zomaar op andere jaren te projecteren. De weersomstandigheden bepalen in grote mate welke techniek het meest succesvol zal zijn. Ook het aandrukwiel speelt een belangrijke rol: voldoende aandrukking is nodig, maar te dicht rollen verhoogt het risico op dichtslempen. Anderzijds droogt dichtgerolde grond minder snel uit en blijft het vocht beter rond het zaad behouden. Daarom wordt deze proef de komende jaren voortgezet om meer data te verzamelen.
|
|
| |
|
|
Meer info
Jonas Bodyn
Dit artikel kadert in het project 'Uien 2.0: goed begonnen is half gewonnen'.
