Het groeiseizoen 2026 zit erop. De oogst van de bewaaraardappelen loopt op zijn einde. We maakten een overzicht van de resultaten van onze proefrooiingen in 2026.
Voornaamste kenmerken van groeiseizoen 2026
- Vlot plantseizoen en beloftevolle start
- Meer knollen per struik
- Langdurige droogte, meerdere hittegolven: vroege rassen konden nog deels profiteren van het vocht in de bodem in het voorjaar, terwijl de halfvroege en zeker de late rassen een groot watertekort hadden met lage opbrengsten en fijne sortering tot gevolg
- Zeer grote verschillen tussen percelen én binnen de percelen
- De hoge onderwatergewichten tijdens de zomer daalden opnieuw begin september doordat de bodem iets vochtiger werden
- Gevoeligheid voor stootblauw viel uiteindelijk goed mee door de enkele regenbuien en de fijnere sortering
271 proefrooiingen
Viaverda en Inagro stonden in voor de bemonsteringen van de vroege en halfvroege rassen Amora en Anosta. Deze variëteiten zijn vooral terug te vinden in West- en Oost-Vlaanderen.
Door een uitstekende samenwerking tussen Viaverda, Inagro, BDB, Pibo Campus en de Vlaamse Overheid konden dit jaar verspreid over het Vlaamse grondgebied heel wat praktijkpercelen met de late rassen Fontane, Challenger en Innovator bemonsterd worden. Dankzij de uitwisseling met Fiwap en Carah uit Wallonië konden we van deze drie variëteiten ook Belgische opbrengst berekenen.
Groeiverloop (half) vroege rassen: Amora en Sinora
Met een gemiddelde plantdatum van 6 april 2026 en goede bodemstructuur kende Amora alvast een mooie start. Hierdoor werd ook een mooi knolaantal per struik gevormd.
De proefrooiingen startten begin juli 2026 met een opbrengst net onder het meerjarig gemiddelde. De daaropvolgende weken volgde de opbrengstcurve van Amora mooi de curve van de afgelopen vijf jaar. Twee percelen werden wel enkele keren beregend. Begin augustus 2026 was het loof grotendeels afgestorven en werd een opbrengst +35mm (mét uitval) gewogen van 43 ton/ha met 83% hiervan in de sortering +50mm.
Ook op kwalitatief vlak deed Amora het (heel) goed in 2026 met een onderwatergewicht rond 394 g/5kg, nauwelijks drijvers en een (zeer) goede frietkwaliteit.
Het planten van Sinora startte kort na de vroege rassen met een gemiddelde datum van 12 april 2026. Dit halfvroege ras heeft meer groeidagen nodig en omwille van de moeilijke weersomstandigheden viel de groei snel stil.
De eerste proefrooiing half juli 2026 liet alvast een lagere opbrengst zien met slechts een kleine toename na 10 dagen. De bemonsteringen begin en half augustus 2026 toonden dat de groei sindsdien volledig stil lag. Geen enkel perceel in onze opvolging werd beregend. We sloten de proefrooiingen in Sinora af met een opbrengst +35 mm (met uitval) van slechts 30 ton/ha waarvan 65% in de frietsortering. Dit is 12 ton/ha of 23% lager dan het meerjarig gemiddelde en met een fijnere sortering.
Door de langdurende droogte bleven de onderwatergewichten vrij hoog met een gemiddelde van 409 g/5kg. Sinora is een frietras. De kwaliteit was uitstekend.
(Kilk op de grafiek en de tabel om te vergroten).
Late rassen: opbrengst zeer laag en sortering uiterst fijn
De late aardappelen (Fontane, Challenger, Innovator) werden rond 20 april 2026 geplant, wat een week vroeger is dan de voorbije jaren. De start van het groeiseizoen zag er veelbelovend uit met mooi weer en goede bodemstructuur. Dit resulteerde in enkele knollen per struik extra.
Fontane werd tweewekelijks bemonsterd. Twee percelen in West-Vlaanderen en eentje in de Eeklose polder werden enkele keren beregend in de tweede helft van juli 2026. Bij de start van de proefrooiingen (eind juli 2026) hadden we lokaal al drie hittegolven achter de rug en het bleef al veel te lang zeer droog. De opbrengst bleef meteen ver onder het meerjarig gemiddelde (-7 ton/ha) en daarbij was het loof al verder afgerijpt voor deze periode van het jaar. Ook de eerste helft van augustus 2026 bleef het bakken en braden! Het gewas stond stil wegens gebrek aan vocht en vooral ook door de vele hittedagen. De toename in kilo’s bleef dus heel beperkt en het verschil met het meerjarige gemiddelde nam toe. Pas tweede helft augustus 2026 konden sommige regio’s van de eerste regenbuien profiteren; vooral in (West-)Vlaanderen kon het gewas nog wat profiteren van het hemelwater. Eind september 2026 noteerden we een eindopbrengst +35 mm van 40 ton/ha in Vlaanderen en 36 ton/ha in Wallonië. Over de 33 bemonsterde percelen heen is de spreiding bijzonder hoog van 15 tot 61 ton/ha.
Minstens even opmerkelijk is de fijne sortering dit jaar: slechts 24 ton/ha of 58% zit in de sortering +50 mm. Zowel de totale opbrengst als de grofte zijn historisch laag te noemen (-19%).
Het areaal Innovator was dit jaar flink toegenomen in Vlaanderen, vandaar dat we dit ras opvolgden met een éénmalige eindrooiing. Innovator is een halflaat ras dat niet bestand is tegen droogte. Afnemers hadden hiervoor gewaarschuwd waardoor meerdere (Vlaamse) percelen beregend werden. De opbrengst lag in Vlaanderen beduidend hoger dan in Wallonië met respectievelijk 40 en 30 ton/ha. Ook de sortering volgde dezelfde trend met 50% en 74% grove aardappelen. De huidige Belgische opbrengst van 36 ton/ha ligt 7 ton/ha (of 17%) lager dan het meerjarig gemiddelde.
Als laatste werd ook bij Challenger een eindrooiing uitgevoerd eind september 2026. Dit laatrijpe ras kent doorgaans later op het groeiseizoen nog een mooie knoldikking. Net zoals bij Fontane waren de omstandigheden in Vlaanderen net iets gunstiger vanaf eind augustus 2026. Dit vertaalde zich ook voor Challenger in een opmerkelijk verschil tussen Vlaanderen en Wallonië met respectievelijk een opbrengst +35mm (met uitval) van 46 en 36 ton/ha. Eén bemonsterd perceel in Vlaanderen werd beregend. Het meerjarig gemiddelde bedraagt 52 ton/ha en daar blijven we met 42 ton/ha op Belgisch vlak 20% onder. Mede door het grotere knolaantal blijft ook de sortering bij Challenger bijzonder fijn met slechts 55% in de +50mm.
Later rassen: correct onderwatergewicht en frietkwaliteit
Tijdens de hete zomer lagen de onderwatergewichten bij Fontane bijzonder hoog met pieken tot bijna 500 g/5kg! De terugkeer van wat gematigder weer liet het onderwatergewicht nog zakken tot een gemiddelde van 398 g/5kg. Hierdoor bleef gelukkig ook de gevoeligheid voor stootblauw enigszins beperkt.
Tijdens de vele proefrooiingen werd ook het optreden van doorwas nauwkeurig geëvalueerd. In Fontane was de meeste doorwas terug te vinden vanaf tweede helft augustus 2026. Vooral op de groenste percelen (West-Vlaanderen) noteerden we de grootste aangroei, met een maximum tot 38% van de primaire knollen die doorwas vertoonden (meestal popperigheid en scheuten).
Doorwas kwam in Innovator nauwelijks voor. Het loof had niet meer de kracht om in de tweede helft van augustus 2026 nog een tweede groei door te maken.
Drie van de acht Vlaamse percelen met Challenger hadden een hoger percentage knollen met doorwas (tot maximaal 14%) met in hoofdzaak popperige knollen.
De frietkwaliteit was overal (zeer) goed.
(Kilk op de tabel en de grafiek om te vergroten).
| |
|
|
| |
Totale Belgische productie 2026
Bijna 75% van het Belgisch areaal wordt ingenomen door bovenstaande rassen. Voor de totale Belgische productie houden we rekening met de opbrengst +35 mm (inclusief uitval) uit onze proefrooiingen. Voor de opbrengsten van de andere rassen (Markies, Daisy, Alegria, Felsina, Charlotte, …) maken we een inschatting. Op die manier komen we uit op een totale geschatte productie van 3,2 miljoen ton aardappelen. Het vijfjarig gemiddelde ligt op 4,4 miljoen ton. Daar blijven we dus 28% onder.
|
|
Meer info
Veerle De Blauwer
Opvolgen kwaliteit en opbrengst op praktijkpercelen is mogelijk dankzij de financiële steun van de Vlaamse Overheid in kader van het Landbouwcentrum aardappelen.