De North European Potato Growers (telers uit België, Duitsland, Nederland en Frankrijk) hebben in het voorjaar van 2026 13,7 % minder consumptieaardappelen uitgeplant. Dat komt neer op een historische daling van 82.700 hectaren. In deze 4 landen staan momenteel 521.500 ha aardappelen (excl. pootgoed en zetmeel), tegenover 604.000 ha in 2025.
De gemiddelde opbrengsten, die de komende dagen en weken nog definitief zullen worden vastgesteld, liggen aanzienlijk lager dan het vijfjarig gemiddelde. Zowel de grofte als de lengte van de aardappelen blijven duidelijk achter op de normale waarden. Voor een aantal telers zal het een grote uitdaging worden om de contractueel afgesproken volumes te leveren.
De NEPG-telers benadrukken daarom de noodzaak om versneld over te schakelen naar veerkrachtigere en robuustere rassen. Deze moeten beter bestand zijn tegen hitte, droogte en aardappelziekte, terwijl ze tegelijk minder stikstof vereisen. Daarnaast is er dringend behoefte aan meer onderzoek en innovatieve teelttechnieken die landbouwers helpen zich aan te passen aan de gevolgen van de klimaatverandering. De telers wijzen erop dat de lasten van deze klimaatuitdaging niet uitsluitend bij de boeren mogen terechtkomen.
In onderstaande tabel geeft de NEPG, naar aanleiding van haar vergadering aan de vooravond van Potato Europe, een eerste inschatting van de productie. Zoals gebruikelijk zal later in het seizoen een definitieve raming worden gepubliceerd. Hoewel op sommige percelen nog beperkte groei mogelijk is, bevinden de aardappelen zich nog grotendeels op het veld en moet de oogst in veel gevallen nog starten.
 |
| Klik op de tabel om te vergroten. |
Toch wijst alles erop dat de oogst van 2026 tot de laagste van de voorbije tien jaar kan behoren. Dat is het gevolg van zowel een kleiner areaal als de moeilijke groeiomstandigheden tijdens het seizoen. Daarnaast hebben de weersomstandigheden een duidelijke impact gehad op de knolgrootte. Hierdoor dreigt het voor sommige partijen moeilijk te worden om voldoende lengte te halen, wat de geschiktheid voor bepaalde afgewerkte aardappelproducten kan beperken.
Hitte en droogte wegen zwaar op opbrengst en kwaliteit
In de volledige NEPG-zone, met uitzondering van het noorden van Duitsland en de Nederlandse regio’s boven de grote rivieren, waar de neerslag dichter bij het langjarig gemiddelde lag, werden juli en augustus gekenmerkt door uitgesproken droogte en temperaturen die ruim boven normaal uitkwamen. Zelfs in gebieden waar irrigatie mogelijk was en intensief werd toegepast, konden de aardappelen zich niet normaal ontwikkelen en onvoldoende opbrengst halen. In sommige regio’s was beregening bovendien beperkt of zelfs verboden.
Hoewel problemen met doorwas over het algemeen beperkt blijven, zijn ze wel degelijk aanwezig. Daarnaast neemt de druk van ritnaalden verder toe en vormt ook de verspreiding van Stolbur een groeiende zorg. Bovendien wordt verwacht dat vroegtijdige kieming een belangrijke uitdaging zal vormen tijdens de bewaring.
Een aanzienlijk aantal telers, vooral in België en Frankrijk, zal naar verwachting moeite hebben om de contractueel overeengekomen volumes te leveren. De combinatie van lagere opbrengsten en een beperkte knolgrootte zet de beschikbaarheid van voldoende product onder druk.
De NEPG roept handelaren en verwerkers daarom op om hun kwaliteits- en leveringsspecificaties waar mogelijk aan te passen en begrip te tonen voor de uitzonderlijke omstandigheden waarmee telers dit seizoen worden geconfronteerd. Vooral de lagere opbrengsten en de fijne sortering vragen om een pragmatische aanpak.
Twee afnemers voor dezelfde oogst
Verwerkers zijn niet de enige afnemers die behoefte hebben aan aardappelen, en dan vooral aan grotere maten en lange knollen. Ook de vraag vanuit de versmarkten in Zuid- en Oost-Europa blijft sterk. Daarnaast zal naar verwachting ook Groot-Brittannië extra aardappelen en aardappelproducten nodig hebben als gevolg van de droogte en hitte die de aardappelteelt in de zomer van 2026 aan de andere zijde van het Kanaal en de Noordzee hebben getroffen.
Tegen deze achtergrond zullen ook exportklanten hun gebruikelijke specificaties en verwachtingen mogelijk moeten bijstellen. Vooral op het vlak van knolgrootte en lengte zal meer flexibiliteit nodig zijn. De beschikbaarheid van grote, lange aardappelen, zoals exportmarkten die traditioneel gewend zijn af te nemen, zal dit seizoen beperkter zijn. Een pragmatische benadering van de productspecificaties wordt daarom essentieel om de marktbehoeften en het beschikbare aanbod beter op elkaar af te stemmen.
Een kortere campagne
De nieuwe campagne zal naar verwachting korter zijn dan gebruikelijk. Verwerkers hebben de oude oogst kunnen benutten tot begin of zelfs half september, terwijl de aanvoer van vroege aardappelen volgend seizoen mogelijk vroeger op gang zal komen. Een deel van deze vroege volumes zal mogelijk ingevoerd worden uit Bordeaux of andere teeltregio’s en landen.
| |
|
|
| |
Nood aan nieuwe rassen en een open blik op teelttechnieken
Telers staan in de frontlinie van de klimaatverandering en ondervinden als eerste de gevolgen van extreme weersomstandigheden. Daarom benadrukken zij opnieuw het belang van de ontwikkeling en introductie van veerkrachtigere en robuustere aardappelrassen die beter bestand zijn tegen hitte, droogte en ziektedruk. Deze uitdaging gaat echter de hele aardappelketen aan. Veredelaars, pootgoed- en consumptietelers, handelaren, verwerkers, onderzoekers en kennisinstellingen zullen gezamenlijk moeten bijdragen aan toekomstbestendige oplossingen.
Naast de ontwikkeling van betere rassen is er ook nood aan een open houding ten aanzien van nieuwe teelttechnieken. Investeringen in waterreservoirs, efficiëntere irrigatiesystemen, agroforestry, het verhogen van het organische stofgehalte in de bodem en het toepassen van mulchtechnieken kunnen allemaal bijdragen aan een grotere weerbaarheid van de aardappelteelt. Deze maatregelen bieden perspectief om de sector beter voor te bereiden op de uitdagingen van een veranderend klimaat.
|
|
| |
|
|
Meer info
Ilse Eeckhout
Dit artikel is een persbericht van de North-western European Potato Growers.
