Het behalen van een laag nitraatresidu blijft een uitdaging. Een goede strategie om dit doel te bereiken is om je stikstofbemesting af te stemmen op de stikstofbehoefte van het ras en te bemesten op basis van een advies.
Stikstofbemesting ≠ stikstofbehoefte
De stikstofbehoefte van een ras is de hoeveelheid stikstof die het ras dient op te nemen om een optimale opbrengst te realiseren, vermeerderd met een stikstof buffer in de bodem. Over het algemeen neemt de stikstofbehoefte toe met de laatrijpheid van het ras, waarbij vroege, half-vroege en late rassen een stikstofbehoefte hebben van respectievelijk +/- 190, 240 en 290 kg N/ha.
De werkelijk stikstofbemesting die je moet aanbrengen op je perceel zal lager zijn dan deze stikstofbehoefte, omdat er heel wat stikstof op je perceel aanwezig is en/of vrijkomt via mineralisatie tijdens het teeltseizoen.
| |
|
|
| |
N-bemesting = N-behoefte – N-vrijstelling tijdens het seizoen
Stikstofbehoefte
- N-opname door het gewas
- N-buffer in de bodem (buffer = N in de bodem die minimaal aanwezig moet zijn opdat het gewas voldoende N kan opnemen = ± 60 kg N/ha voor aardappelen).
N-vrijstelling tijdens seizoen
- N in de bodemlaag 0-60 cm na de winter
- N via mineralisatie (van bodemorganische stof, organische mest (najaar), oogstresten, groenbedekkers).
|
|
Vraag om bemestingsadvies
Omdat de verwachtte stikstof vrijstelling op je perceel niet altijd goed valt te voorspellen is het raadzaam om bij late rassen de basisbemesting te verlagen en vervolgens bij te bemesten op advies, terwijl het bij vroege en half-vroege rassen beter is om vanaf de start te bemesten op basis van een advies. Voor bodem staalnames en bemestingsadvies kan je terecht bij het labo van Viaverda. De berekening van je basisbemesting voor late aardappelrassen kan je maken met behulp van de B3W brochure 'bereken je basisbemesting in aardappelen'.
Proefresultaten 2025
Dat het belangrijk is om de stikstofbemesting af te stemmen op het ras en bemesten op basis van een advies hierbij zeer nuttig is, toonden we nog eens aan in een proef op een zandleem perceel met goede pH en eerder laag organisch koolstof gehalte in 2025.
In deze proef plantten we de rassen Alegria, Challenger, Fontane en Markies bij vier bemestingstrappen: 0, 75, 150 en 225 kg N/ha, terwijl hun respectieve stikstofbemestingsadviezen 143, 167, 183 en 157 kg N/ha bedroegen. De stikstofbemesting gebeurde volledig in minerale vorm en werd gefractioneerd toegediend.
Overbemesten ≠ meer opbrengst
De proefopbrengsten van de vier rassen waren hoog en bevestigen dat het seizoen 2025 heel gunstig was om aardappelen te telen.
Daarnaast blijkt de opbrengst van de vier rassen snel toe te nemen in functie van de stikstofbemesting, tot het stikstofbemestingsadvies (zwarte vierkantjes op de grafiek) wordt bereikt. Van dan af is de toename in opbrengst eerder klein in vergelijking met de extra hoeveelheid stikstof die toegediend wordt.
Enkel voor het zeer late ras Markies bleef de opbrengst ook voorbij het stikstofbemestingsadvies toenemen. Een hogere stikstofbemesting dan het advies voor het zeer late ras Markies valt evenwel af te raden omdat het ras dan nog meer loof zal vormen en langer groen zal blijven, waardoor het nog moeilijker te loofdoden valt.
Overbemesten = (te) hoog nitraatresidu
Over het algemeen waren de nitraatresiduen in de proef eerder laag, wat erop wijst dat de rassen de stikstofbemesting dankzij het groeizame teeltseizoen maximaal hebben benut.
Voorts zien we het nitraatresidu bij elk van de rassen pieken bij de hoogste stikstofbemesting. Dit bevestigt dat er vanaf een bepaalde stikstofbemesting nauwelijks nog extra stikstof opgenomen wordt, waardoor deze achterblijft in de bodem en finaal kan uitspoelen.
Bij de rassen Alegria, Challenger en Fontane was de stijging in het nitraatresidu zo groot dat de eerste drempelwaarde van 85 kg N/ha overschreden werd. Het ras Markies bleef overal onder de eerste drempelwaarde.
Bij een stikstofbemesting volgens het advies (zwarte vierkantjes op de grafiek), zouden we voor alle rassen onder de eerste drempelwaarde gebleven zijn.
We kunnen dus besluiten dat overbemesting leidt tot een (te) hoog nitraatresidu zonder toename in opbrengst.
Als je in een periode van 5 jaar (te tellen vanaf de nitraatresiducampagne van 2025) voor de tweede keer een bedrijfsevaluatie boven de tweede drempelwaarde hebt, dan volgt er een geldboete van 250 euro per hectare (areaal binnen het nitraatresidutype dat voor de overschrijding zorgde).
| |
|
|
| |
Conclusie
Bij bemesting volgens stikstofbemestingsadvies bereikt een ras zijn maximale opbrengst. Meer bemesten dan dit advies heeft geen zin. De kosten voor kunstmest lopen op, de opbrengst neemt niet toe, rassen zullen later knollen vormen, trager afrijpen en een lager onderwater gewicht optekenen, en het nitraatresidu zal stijgen.
Je informeren over de stikstofbehoefte van het aardappelras en gebruik maken van bemestingsadvies is de boodschap voor een goede stikstofbemesting.
|
|
Meer info
Stefanie De Clercq
Dit artikel kadert in het project 'OptiN-Ras: Stikstof op maat in aardappelen’.
