De Vlaamse (zoete) aardappelteelt staat voor grote uitdagingen. Klimaatverandering verhoogt de risico’s voor de teelt en tegelijkertijd groeit de maatschappelijke druk om de teelt te verduurzamen en de milieu-impact te beperken. Telers maken zich terecht zorgen over het behoud van hun gewasproductie, terwijl toenemende weersextremen, nieuwe ziekten en plagen bijkomende dreigingen vormen. Bovendien maken strengere regels rond gewasbescherming het voor land- en tuinbouwers steeds moeilijker om ziekten en plagen onder controle te houden.
Eén van de concrete uitdagingen is de beheersing van ritnaalden, de larven van de kniptor, die tot vijf jaar in de bodem kunnen blijven. Hun populatie is de voorbije jaren sterk toegenomen, mede door het afnemen van toegestane chemische bestrijdingsmiddelen. Ritnaalden veroorzaken aanzienlijke schade aan aardappelen en bataat. Van augustus tot oktober vreten ze gangen in de knollen, waardoor tafelaardappelen en bataat onbruikbaar worden voor de versmarkt en van sterk verminderde waarde zijn voor verwerking.
Te sterk aangetaste partijen worden afgekeurd of gedeclasseerd, wat leidt tot voedselverlies en hogere verwerkingskosten. In de biologische teelt is dit probleem nog groter (geen inzet van bestrijdingsmiddelen). Om de houdbaarheid van de Vlaamse aardappelsector te waarborgen, is een duurzame oplossing voor de ritnaaldenproblematiek noodzakelijk. Meer dan 5000 Vlaamse telers zijn vragende partij voor praktisch haalbare oplossingen.
Het project CTRL-ELAT 2.0 heeft als algemeen doel een geïntegreerde beheersingsaanpak van ritnaalden uit te werken door gebruiksvriendelijke tools te ontwikkelen voor risicobeheersing en door beschikbare maatregelen voor duurzame preventie en bestrijding te evalueren.
De concrete doelen van het project bestaan uit:
- Het ontwikkelen van een innovatief schadepredictie- en simulatiemodel op basis van schadedata van aardappel- en bataatverwerkers, waarmee telers het risico op schade per perceel kunnen voorspellen en de impact van teeltkeuzes kunnen simuleren.
- Het ontwikkelen van een gebruiksvriendelijke applicatie gebaseerd op dit model, waarmee telers percelen kunnen identificeren waar tijdelijk beter geen aardappelen of bataat worden geteeld en waarmee teeltkeuzes geoptimaliseerd kunnen worden om het risico op schade te verlagen.
- Het evalueren van toepasbare beheersmaatregelen voor zowel gangbare als biologische teelten, waaronder keuze van bodembedekkers, grondbewerkingen op het juiste moment, rassenkeuze en (chemische en biologische) bestrijdingsmiddelen.
- Het uitwerken van een geïntegreerd pakket van IPM-maatregelen (geïntegreerde gewasbescherming) voor ritnaalden, specifiek op maat van de aardappelteler.