De uienteelt in Vlaanderen groeide de laatste 5 jaar sterk. Door de open gewasstructuur is de bodem extra gevoelig voor erosie. Niet-kerende grondbewerking biedt ook hier voordelen.
De teelt van uien blijft economisch belangrijk voor veel akkerbouwers. De teelt groeide de afgelopen 5 jaar van 5365 naar 7240 ha in Vlaanderen. Door de open gewasstructuur van uien blijft de bodem gedurende een groot deel van het seizoen onvoldoende beschermd. Dat maakt de teelt extra gevoelig voor bodemerosie. Vooral op hellende percelen en lichtere gronden kunnen intense regenbuien zorgen voor afspoeling van bodemdeeltjes, verslemping en verlies van organische stof.
Uienteelt onder druk door erosie
Naast het verlies van vruchtbare bodem leidt erosie ook tot praktische problemen zoals slempvorming, plasvorming, dichtgeslagen bodem en moeilijkheden bij de oogst. Bovendien neemt de maatschappelijke druk toe om erosie en nutriëntenverliezen te beperken. Steeds meer landbouwers kijken daarom naar alternatieve grondbewerkingen, waaronder niet-kerende grondbewerking om bodemstructuur en waterinfiltratie te verbeteren.
Uien worden meestal gezaaid of geplant in een fijn zaaibed. Traditionele grondbewerking met ploegen en intensieve verkruimeling laat een losse bovenlaag achter die gevoelig is voor verslemping bij hevige neerslag. De intensieve bewerking voor dergelijk zaaibed maakt bodemdeeltjes los en transporteerbaar. Bovendien blijft de fijne bodem in het geval van uien lang onbedekt. Voornamelijk in het voorjaar kunnen bijgevolg enkele zware buien al aanzienlijke schade veroorzaken. Die intense regenbuien komen steeds vaker voor in het huidige klimaat.
Voordelen van niet-kerende grondbewerking in uien
Niet-kerende grondbewerking betekent dat de bodem niet volledig wordt omgekeerd zoals bij klassiek ploegen. In plaats daarvan wordt de grond oppervlakkig of beperkt losgemaakt met machines zoals cultivatoren, schijveneggen, vaste tandcultivatoren of woelers.
Gewasresten blijven gedeeltelijk aan de oppervlakte liggen. Daardoor ontstaat een beschermende laag die de impact van regendruppels vermindert en water beter laat infiltreren. Niet-kerende grondbewerking wordt al langer toegepast in granen en maïs maar krijgt ook in groenteteelten zoals uien steeds meer aandacht.
Het grootste voordeel van niet-kerende grondbewerking is de betere bescherming van de bodem. Gewasresten breken de kracht van regen en verminderen afstroming. Daarnaast blijft de bodemstructuur stabieler waardoor water sneller infiltreert. Op erosiegevoelige percelen kan dit een groot verschil maken. Minder afspoeling betekent minder verlies van vruchtbare grond en minder modderstromen naar wegen en waterlopen. Doordat organisch materiaal minder snel wordt afgebroken stijgt op termijn vaak het gehalte aan organische stof. Dat zorgt voor een betere aggregaatstabiliteit, meer bodemleven, een hogere waterbergingscapaciteit en minder kans op korstvorming. Percelen die meerdere jaren onder niet-kerende grondbewerking worden beheerd ontwikkelen vaak een stevigere bodemstructuur. Dat kan voordelen bieden bij veldwerk in natte omstandigheden. Dat helpt om de kosten te beperken.
 |
 |
|
Er zijn meer gewasresten zichtbaar wanneer niet geploegd is (foto links) dan wanneer wel geploegd is (foto rechts) bij eenzelfde zaaibedbereiding.
|
Uitdagingen bij niet-kerende grondbewerking in uien
Hoewel niet-kerende grondbewerking voordelen biedt, blijft de toepassing in uien technisch uitdagend. Een bodem met gewasresten warmt in het voorjaar trager op. Dat kan de opkomst van uien vertragen, vooral op zwaardere gronden.
Ook de onkruidbeheersing vraagt extra aandacht. Ploegen helpt traditioneel bij het onderwerken van onkruidzaden. Zonder kerende bewerking kan de onkruiddruk stijgen. Een aangepaste strategie met mechanische bestrijding, groenbedekkers en gerichte herbiciden wordt daardoor belangrijker. Wanneer jarenlang oppervlakkig wordt gewerkt zonder aandacht voor verdichting kunnen storende lagen ontstaan. Een periodieke diepe losmaking kan daarom noodzakelijk blijven.
Daarnaast vragen uien een fijn en egaal zaaibed. Bij niet-kerende grondbewerking vraagt dit extra aandacht voor timing, machinekeuze en vochttoestand van de bodem.
Onderzoek
In het Leader-project ‘Niet-kerende grondbewerking als erosiebeperkende maatregel in intensieve teelten’ wordt dit jaar het effect van verschillende manieren van zaaibedbereiding bij ploegen en niet ploegen onderzocht.
Onder andere verslemping, erosie, opkomst en opbrengst van de uien worden geëvalueerd. Na de eerste regenbui (35 l/m2) die volgde op het zaaien van de uien waren al verschillen zichtbaar tussen de zaaibedbereidingen in afstroming van de bodemdeeltjes.
|
Het zaadbed lag er anders bij na de eerste regenbui. Foto links: ploegen, rotoreggen, frezen, foto midden: ploegen, steketee maxisprint, rotoreg en foto rechts: ploegen, steketee maxisprint x2.
|
Eerste opkomsttelling
Ook de eerste opkomsttelling (na deze regenbui) toonde interessante verschillen. Uien (ras Hysinger) werden gezaaid op 23 april 2026 in een zandleemgrond. In de tabel hieronder zijn verschillende methoden voor zaaibedbereiding (nummers 1 tot 8) vergeleken bij ploegen en niet ploegen.
De opkomst is enigszins hoger bij niet-ploegen dan bij ploegen voor alle objecten, met uitzondering van object 2. Hierbij moet de kanttekening gemaakt worden dat de opkomst van de uien de komende 10 dagen nog sterk kan veranderen. Het is uitkijken naar de definitieve resultaten in een volgende nieuwsbrief: zet het effect zich door in de rest van de teelt of haalt het gewas de achterstand in?
 |
|
|
Eerste opkomsttelling van uien (ras Hysinger) op 11 mei 2026.
|
|
Praktische aandachtspunten voor landbouwers
Een volledige omschakeling naar niet-kerende grondbewerking gebeurt best geleidelijk. Veel landbouwers starten eerst op een beperkt perceel of op gronden met een lager risico. Een goede bodemstructuur vormt de basis voor succes. Het vermijden van berijding in natte omstandigheden blijft belangrijk.
Ook het verhogen van organische stof via stalmest, compost, groenbedekkers en ruime rotaties helpt om de bodem weerbaarder te maken. Groenbedekkers spelen een belangrijke rol in erosiebeheersing. Ze beschermen de bodem tussen twee teelten en verbeteren de beworteling. Gele mosterd, bladrammenas, haver, facelia en vlinderbloemige mengsels worden vaak toegepast.
Met niet-kerende grondbewerking blijft ook een goede perceelsinrichting noodzakelijk. Dwarse bewerking op hellingen, grasbufferstroken, erosiedammen, aangepaste rijrichting en voldoende infiltratiezones helpen om water beter vast te houden.
Niet-kerende grondbewerking is geen wondermiddel maar wel een belangrijk onderdeel van geïntegreerd bodembeheer. In de praktijk blijkt dat de beste resultaten ontstaan door verschillende maatregelen te combineren.
Het behoud van organische stof, het gebruik van groenbedekkers, beperkte grondbewerking, aangepaste rotaties en erosiebeperkende infrastructuur versterken elkaar. Voor uientelers betekent dit vaak zoeken naar een evenwicht tussen een voldoende fijn zaaibed en maximale bodembescherming.
Naar een weerbaardere uienteelt
Klimaatverandering zorgt voor extremere neerslagpieken en langere droge periodes. Daardoor wordt een gezonde bodem steeds belangrijker. Percelen met een stabiele structuur en voldoende organische stof zijn beter bestand tegen zowel erosie als droogte.
Niet-kerende grondbewerking kan daarbij een waardevol hulpmiddel zijn zeker op erosiegevoelige percelen. Succes hangt echter af van een doordachte aanpak, aangepaste machines en voldoende kennis van de eigen bodem.
Voor veel landbouwers zal de toekomst waarschijnlijk liggen in een combinatie van technieken waarbij bodembehoud centraal staat. Want elke ton grond die op het perceel blijft, blijft ook beschikbaar voor toekomstige opbrengsten.
Meer info
Lien De Schrijver
Dit artikel kadert in het project ‘Niet-kerende grondbewerking als erosiebeperkende maatregel in intensieve teelten’.
