Categories
Close
Menu
Menu
Close
Zoeken...
Search


Uien telen met minder stikstof

Uien telen met minder stikstof
Print

In 2025 legden we bij Viaverda een stikstofbemestingsproef aan in uien. Uien is een gewas dat in het huidige mestdecreet valt onder de groenten met een lage stikstofbehoefte.

Het is een nitraatgevoelig gewas, waardoor de bemestingsnorm aanzienlijk verstrengd is. Afhankelijk van het gebiedstype en de grondsoort kan de maximumbemestingsnorm variëren van 81 E N tot 125 E N.

In de proef op Viaverda geldde een norm van 88 E N. Er werden verschillende trappen aangelegd: van nulbemesting (voor N) tot 88 E N. In één object werd de maximale norm van 125 E N aangelegd. De toegepaste trappen vind je in onderstaande tabel.

Uit proeven in het verleden leerden we dat een laattijdige stikstofvrijstelling aan de uien kan leiden tot overmatige loofgroei met ‘dikke nekken’ als gevolg. De eerste bijbemesting werd uitgevoerd een 50-tal dagen na zaai. De tweede bijbemesting (waar van toepassing) is uitgevoerd kort voor de langste dag. De uien zijn gezaaid op 26 maart 2025.

 

Hoge opbrengst, ook bij lage stikstofgift

Op 27 augustus 2025 werden de uien uiteindelijk geoogst. De totale opbrengst was goed, met een gemiddelde van 60,31 ton/ha verkoopbare uien. Het onbemeste object lag hier net onder qua opbrengst, maar de volledige norm van 88 E N (toegepast in twee giften) strandde nog lager in opbrengst. De ‘beste’ opbrengst werd gehaald met een basisbemesting van 88 E N of een bemesting van 46 E N bij de start. Ook een strategie zonder basisbemesting maar met één bijbemesting van 42 E N deed het goed. De maximale norm van 125 E N resulteerde in het laagste aandeel verkoopbare uien. De verschillen waren echter niet significant, aangezien de opbrengst over alle objecten heen schommelde van 56 tot 64,4 ton/ha. Er is geen verband tussen de opbrengst en de toegediende stikstof, zoals je ziet in onderstaande grafiek.

 

Klimaat heeft impact op nitraatresidu

In meerdere labo’s werd het voorbije seizoen vastgesteld dat het nitraatresidu bij uien vaak te hoog ligt. Dat zien we ook in onze bemestingsproeven. Het klimaat heeft hier een grote impact op. De opname van stikstof stopt namelijk rond eind juli, afhankelijk van het zaaimoment. Mineralisatie uit de bodem, later op het jaar, zorgt voor stikstof die niet door de uien kan worden benut en vormt dus een risico voor een te hoog nitraatresidu. Dit laatste kan echter ook beïnvloed worden door de bemesting. Een te hoge gift wordt niet benut door uien, waardoor de voorraad hoog kan eindigen. Mineralisatie daarbovenop zorgt voor een snellere overschrijding van de grenswaarde.

In onze proef eindigde het onbemeste object op een nitraatresidu van 63 kg NO3-N/ha eind augustus. Het object met een basisbemesting van 46 E N deed net iets beter met een eindresultaat van 58 kg NO3-N/ha aan het einde van de teelt. Bij alle andere objecten lag het nitraatresidu boven de grenswaarde bij oogst. Vooral de objecten met een (late) bijbemesting of hoge stikstofbemesting resulteren in een (te) hoog nitraatresidu.

Algemeen stellen we bij Viaverda al enkele jaren op rij vast dat de stikstofbemesting in uien aanzienlijk kan worden verlaagd, zonder in te boeten op opbrengst. Giften van 40-60 E N, afhankelijk van de grondsoort en de te verwachten mineralisatie, lijken voldoende om een volwaardige uienteelt te volbrengen.

 

 

Meer info

Jonas Bodyn
Ellen Dendauw

Dit artikel kadert in het project 'Uien 2.0: goed begonnen is half gewonnen'.

Vorig Artikel Nu is het ideale moment voor je bodemstaalnames!