Categories
Close
Menu
Menu
Close
Zoeken...
Search

Monitoringstechnieken voor gegroefde lapsnuitkever

Monitoringstechnieken voor gegroefde lapsnuitkever
Print

De gegroefde lapsnuitkever of taxuskever (Otiorhynchus sulcatus) behoort tot de snuitkevers. Zowel larven als adulten zijn schadelijk voor sierplanten. Binnen het LA-traject ‘Duurzame monitoring en beheersing van belangrijke bodemplagen in de openlucht sierteelt’ volgen we naast gegroefde lapsnuitkever ook emelten en engerlingen op.

In dit artikel geven we een overzicht van de binnen het project gebruikte technieken voor het monitoren van volwassen kevers en larven van de gegroefde lapsnuitkever.

 

Herkenning en schadebeeld

De larven zijn wit tot crèmekleurig, pootloos en tot 10 mm groot, met een roodbruine kop en typische C-vorm. De kevers zijn ongeveer 1 cm groot, lichtbruin en herkenbaar aan hun afgeplatte snuit en lichtgele vlekjes en lengtestrepen op de vergroeide dekschilden. Hierdoor kunnen ze niet vliegen.

Zowel larven als kevers zijn polyfaag. De larven vreten aan wortels en kunnen, vooral in het voorjaar, de wortelhals ernstig beschadigen en planten doen afsterven. Volwassen kevers veroorzaken halfronde vraat aan bladranden en naalden, wat vooral de sierwaarde vermindert. Een breed scala aan houtige en kruidachtige planten is gevoelig.

 

Volwassen kevers zijn overdag vaak terug te vinden onder de potrand of onder potten of trays.

 
     
 

Gedragingen van de kevers

De nachtactieve kevers verschuilen zich overdag in vollegrond tussen bladeren, stenen en hout, en in containerteelt onder potranden, potten of in het substraat nabij de plantvoet. Het typische vraatbeeld is een goede indicatie voor de aanwezigheid van de volwassen kever. Deze kenmerken worden gebruikt voor monitoring van kevers via onder meer bodemvallen, dakpannen en visuele waarnemingen.

Ook lok- en indicatorplanten kunnen helpen om kevers, larven en vraatschade vroegtijdig op te sporen. Voor verschillende teeltsystemen (vollegrond, containerteelt en aanplantingen) zoeken we naar geschikte monitoringstechnieken en indicatorplanten waarmee vraatschade en aanwezigheid van gegroefde lapsnuitkever vroegtijdig kunnen worden vastgesteld.

Uit een sectorbevraging kwamen Taxus, Osmanthus en Rhododendron naar voren als gevoelige planten voor zowel de kevers als de larven. Heuchera en Euonymus worden in de sector al als indicatorplant gebruikt. Een goede indicatorplant vertoont duidelijk zichtbare vraat, is betaalbaar en kan eenvoudig mee worden beregend.

 

 

Monitoren van kevers en vraatschade met vallen en indicatorplanten

Verschillende vangmethoden en indicatorplanten werden getest om kevers en vraatschade te detecteren. In vollegrond werden een commerciële val (P318), een bodemval met dakpan en een bodemval met dakpan met daaronder snippers van Euonymus fortunei 'Coloratus' vergeleken. In containerteelt werden de bodemvallen niet toegepast omdat dit praktisch niet gaat, maar werden in plaats daarvan de dakpan en de dakpan met daaronder Euonymus-snippers getest. Als indicatorplanten werden Euonymus fortunei 'Coloratus', E. japonicus 'Aureomarginatus' en Bergenia ingezet.

Bevindingen (zie figuur 1):

  • Dakpan + Euonymus-snippers gaf meer vangsten dan een dakpan alleen. Dakpan + Euonymus-snippers is dus een praktische detectiemethode vooral in vollegrond, waar werken met een indicatorplant in pot moeilijker toepasbaar is omwille van uitdroging. De snippers dienen om de twee weken ververst te worden om aantrekkelijk te blijven. De factor vraatschade is bij deze snippers niet zo goed waarneembaar als bij een indicatorplant.
  • De indicatorplant E. fortunei 'Coloratus' vertoonde de meeste vraat en trok de meeste kevers aan en bleek daarmee de meest geschikte indicatorplant. E. japonicus 'Aureomarginatus' en Bergenia scoorden lager.
  • De bodemval met dakpan ving het minste aantal kevers. De bodemval + Euonymus-snippers ving meer kevers dan de voorgaande, maar is in praktijk moeilijker toepasbaar aangezien de kevers in het vocht zitten. De commerciële val ving eveneens minder kevers dan de bodemval + Euonymus-snippers.
  • Het aantal kevers nabij de indicatorplant en de vraatschade eraan werden ook vergeleken met het aantal kevers en de vraatschade aan het cultuurgewas zelf (buurtplant). Enkel bij de dakpan + Euonymus-snippers konden meer kevers worden aangetoond dan in het cultuurgewas zelf. Bij de indicatorplant E. fortunei 'Coloratus' liep dit gelijk op. De vraatschade was enkel bij E. fortunei 'Coloratus' hoger dan bij het cultuurgewas zelf.

In de laatste projectfase wordt E. fortunei 'Coloratus' verder getest als indicatorplant tussen het cultuurgewas onder praktijkomstandigheden, om de vraat en de kevers vast te stellen.

Figuur1: Aantal kevers gevonden in de vallen of op de indicatorplanten in vergelijking met een buurtplant.

Monitoren van larven via bodembemonstering of lokplanten

Tijdens het eerste projectjaar werden in vollegrond en tuinen regelmatig bodemstalen genomen om larven op te sporen. Dit omvat het uitsnijden van een stuk grond met een potplanter en dit grondstaal visueel controleren op larven. Deze methode bleek in de praktijk moeilijk, omdat larven vaak dicht bij de wortels zitten en verharde grond de staalname bemoeilijkt. Een kleine accuboor kan hierbij helpen.

 

Een indicatorplant tussen de teelt, zoals hier Euonymus fortunei 'Coloratus', kan de aanwezigheid van kevers verraden door vraatschade.

 

Als alternatief werden lokplanten getest die adulten aantrekken voor de eiafleg. Uit een bevraging bleek dat Heuchera en Euonymus al als lokplanten worden gebruikt. In proeven in container- en vollegrondsteelten met Euonymus, Heuchera en Alchemilla bleek Heuchera het aantrekkelijkst voor larven.

 
Heuchera is een goede lokplant en monitoringsplant om larven te detecteren.  

In de laatste projectfase wordt onderzocht of het plaatsen van Heuchera als lokplant tussen het cultuurgewas kan helpen om larven makkelijker te detecteren en of het afvoeren van deze lokplanten op het einde van het seizoen de populatie preventief kan helpen beperken.

 

Meer info

Liesbet Van Remoortere

 

Dit artikel kadert in het VLAIO LA-traject ‘Duurzame monitoring en beheersing van belangrijke bodemplagen in de openlucht sierteelt’.

 

Comments are only visible to subscribers.