Ondanks de recente neerslag is de ondergrond op sommige plaatsen nog vrij droog. Hierdoor is het moeilijk om voldoende grond mee te krijgen op de rooibanden tijdens de oogst. Dit in combinatie met de aanwezigheid van harde kluiten maakt dat er een groter risico is op het stoten en blutsen van de aardappelen. Daarom is het belangrijk een goed zicht te hebben op blauwgevoeligheid van de knollen die we (zullen) oogsten.
Van alle percelen Fontane die de voorbije zomer werden opgevolgd, hebben we recent de blauwgevoeligheid bepaald. Dit is de mate waarin de partij stootblauw vertoont bij maximale belasting van de knollen (knoltemperatuur 8°C, hard schudden gedurende 1 minuut).
De blauwgevoeligheden van deze 19 percelen varieerden van 23 tot 161 met een gemiddelde van 89 op een schaal van 0 tot 400, waarbij 0 = niet blauwgevoelig en 400 = zeer blauwgevoelig. Deze eerder lage blauwgevoeligheid was te verwachten, want ook het onderwater gewicht van de aardappelen op deze percelen was niet uitzonderlijk hoog, nl. gemiddeld 396 g/5 kg. Dit wil echter niet zeggen dat er nergens hoge onderwater gewichten zijn. Dit jaar is de variatie in onderwater gewichten tussen percelen groot. Op percelen met een hoog onderwater gewicht, valt bijgevolg een hogere blauwgevoeligheid te verwachten.
Factoren die blauwgevoeligheid beïnvloeden
Het onderwatergewicht is één van de belangrijkste factoren die de blauwgevoeligheid beïnvloed. Hoe hoger het onderwatergewicht, hoe gevoeliger de aardappelen voor stootblauw. Dit is voor Fontane duidelijk te zien op de grafiek (resultaten van 10 jaar opvolging).

Figuur 1: Verhouding van blauwgevoeligheid en onderwatergewicht bij Fontane.
Daarnaast zijn er ook rasverschillen. Zo vertoont Bintje bij lagere onderwatergewichten een hogere blauwgevoeligheid dan Challenger en Fontane.

Ook de celspanning speelt zijn rol: hoe droger de bodemomstandigheden, hoe lager de celspanning en hoe groter de kans op stootblauw. Ondanks de droge omstandigheden dit jaar uit de lage celspanning zich niet in een verhoogde blauwgevoeligheid. Mogelijks zorgt de fijnere sortering van de knollen er dit jaar voor dat ze minder hard botsen op hun uiteinden. Vaak worden op deze plaatsen van de knollen de meeste blauwe plekken gevonden.
Andere factoren die invloed hebben op de blauwgevoeligheid zijn de knoltemperatuur en ruwe handelingen. Deze factoren spelen een belangrijke rol bij de oogst: hoe lager de temperatuur en/of hoe groter de mechanische belasting (bv. schudding, valhoogte,…), hoe meer kans op stootblauw.
De uiteindelijke schade hangt dus in grote mate af van het onderwatergewicht en de rooiomstandigheden (bodemomstandigheden, knoltemperatuur). Schenk dus zeker aandacht aan goed rooiwerk.
| |
|
|
| |
Hoe goed rooiwerk uitvoeren?
Klik hier voor tips rond dit thema.
|
|
| |
|
|
Industrie hanteert doorgaans een norm van maximaal 80 voor beschadiging
De industrie hanteert doorgaans een norm voor blauwgevoeligheid van maximaal 80. Uit onderzoek in het verleden is gebleken dat de werkelijke schade na rooien en inschuren ongeveer de helft bleek van de oorspronkelijk gemeten blauwgevoeligheid (bij maximale belasting in de blauwschudtest) vóór het rooien.
| |
|
|
| |
Maatregelen voor beperking blauwgevoeligheid
Met een goede rooitechniek, beperkte valhoogtes, afwezigheid van harde kluiten en liefst ook met een laagje vochtige grond rond de knollen, is een blauwgevoeligheid van 89 terug te brengen naar een waarde van 45.
|
|
| |
|
|
Meer info
Veerle De Blauwer
Deze praktijkopvolging Fontane komt tot stand dankzij een jarenlange samenwerking tussen Viaverda, Inagro, Pibo Campus, BDB, de Vlaamse Overheid, Fiwap en Carah.