Het voorbije seizoen legden we bij Viaverda een proef aan met verschillende mulchmaterialen in pompoen.
De pompoenen werden op 18 mei 2026 aangeplant op folieruggen van 75 cm breed, op een spoorbreedte van 150 cm en een plantafstand van 80 cm in de rij. Vervolgens werden tussen de folieruggen de verschillende mulchmaterialen aangebracht. Grasresten en houtsnippers waren afkomstig van de eigen site. Biologisch stro en VLACO-gecertificeerde groencompost werden door externen aangeleverd.
Compost toonde gemiddeld laagste onkruiddruk en laagste wiedtijd
Op 18 juni 2026 werd de onkruiddruk beoordeeld voor de verschillende mulchmaterialen. De laagste onkruiddruk werd vastgesteld bij grasresten (12%), gevolgd door groencompost (16%) en houtsnippers (20%). Bij stro was de onkruiddruk echter heel hoog (84%), zelfs hoger dan in de onbehandelde controle zonder mulchlaag (72%). Deze hoge onkruiddruk was voornamelijk het gevolg van de aanwezigheid van tarwezaden in het stro, die na het aanbrengen begonnen te kiemen.
Onderstaande foto’s geven de toestand weer op 17 juni 2026.
 |
 |
 |
| Geen mulch op 17 juni 2026. |
Gras op 17 juni 2026. |
Stro op 17 juni 2026. |
 |
 |
|
| Compost op 17 juni 2026. |
Houtsnippers op 17 juni 2026. |
|
Het wieden tussen de groencompost en grasresten verliep het snelst en vlotst. Bij het wieden in de grasresten ontstonden gaten in de gedroogde en verharde mulchlaag, wat aanleiding kan geven tot nieuw onkruid.
Voor de houtsnippers was meer dan dubbel zoveel tijd nodig om de percelen onkruidvrij te maken. Door de mulchlaag kwamen veel kleine onkruiden door, die moeilijker te verwijderen waren. Het wieden in de onbehandelde controle zonder mulchlaag nam het meeste tijd in beslag, ongeveer vier keer zoveel als bij grasresten en groencompost. Dit was te wijten aan de hoge onkruiddruk en de verharde bodem, waardoor het moeilijker was om de onkruiden volledig, inclusief de wortels, uit te trekken.
Er werd besloten om het object met stro niet te wieden. Door de massale kieming van tarwekorrels was het praktisch onhaalbaar om alle ongewenste planten tussen het stro handmatig te verwijderen. Het loof van de pompoenen groeide heel snel, waardoor kort na de wiedbeurt de bodem volledig was bedekt.
Geen opbrengstverlies bij de meeste mulchmaterialen
Op 24 augustus 2026 werden de pompoenen geoogst. De resultaten zijn weergegeven in onderstaande figuur. We zagen dat alle mulchmaterialen, behalve stro, geen opbrengstderving gaven. In de zone met compost behaalden we een gemiddelde opbrengst (30 ton/ha). Daarna volgden de zones met houtsnippers en grasresten, beide met 28 ton/ha, gevolgd door de onbehandelde controle zonder mulch met 27 ton/ha. Stro als mulchmateriaal gaf de laagste opbrengst, namelijk 24 ton/ha.
Deze opslag van graan concurreerde met de pompoenplanten om beschikbare nutriënten. Dat beïnvloedde de groei en opbrengst negatief. Stro lijkt daardoor minder geschikt als mulchmateriaal.
 |
|
Figuur: Opbrengst (ton/ha) en aantal pompoenen/ha (-15%) op 24 augustus 2026.
|
Conclusie
Uit deze proef blijkt dat mulchlagen potentieel hebben als strategie voor onkruidbeheersing in pompoen. Vooral groencompost en grasresten zorgden voor een lagere onkruiddruk en minder werk om te wieden. Houtsnippers gaven eveneens goede opbrengsten, maar vergden meer tijd voor het wieden. Stro lijkt dan weer niet geschikt door kiemen van zaadopslag en een negatieve invloed op de opbrengst.
Meer info
Jan Buyssens
Dit artikel kadert in het project 'MULCHDUO: mulchen voor onkruidbeheersing en duurzame oogsten in nicheteelten'.
