De afgelopen weken werden in Vlaanderen en Wallonië praktijkpercelen met Innovator en Challenger bemonsterd om de eindopbrengst en kwaliteit te bepalen.
In totaal gaat het om 28 bemonsterde percelen dankzij een samenwerking tussen Viaverda, Inagro, Pibo Campus, Fiwap en Carah. Op het moment van deze proefoogst waren alle percelen geloofdood of hun afrijping van nature ver gevorderd.
In onderstaande tabel wordt ook de eindopbrengst van Fontane weergegeven.
Innovator: 36,0 ton/ha
De gemiddelde plantdatum van Innovator was 21 april. De meeste percelen Innovator moesten niet meer geloofdood worden omdat het gewas vaak van nature afgestorven was. Innovator is een halflate variëteit, die hitte en droogte niet goed verdraagt. Percelen die beregend werden, hadden duidelijk meer groeidagen.
De opbrengst +35 mm (met uitval) eindigt in 2026 tussen 23 en 52 ton/ha met een gemiddelde van 36 ton/ha. 26 ton/ha of 65% van de opbrengst behoort tot de sortering +50mm.
In Vlaanderen was de opbrengst gemiddeld 10 ton/ha hoger dan in Wallonië. Dit is toe te schrijven aan het beregenen van 5 van de 8 Vlaamse percelen (en geen enkel in Wallonië). Deze beregening leidde ook tot een grovere sortering in Vlaanderen. Zo lag de opbrengst van de beregende Vlaamse percelen tussen 41 en 52 ton/ha met een grofte van 75 tot 94%.
Het knolaantal lag dit jaar bij Innovator op 10 per struik, wat een normaal aantal is voor dit ras.
De voorbije vijf jaar eindigde Innovator (in Wallonië) op een opbrengst +35mm van 44 ton/ha. Hiervan zat 37 ton/ha in de frietsortering +50mm (= 84%).
Voor 2026 lijken we 17% of 8 ton/ha onder het vijfjarig gemiddelde te blijven. Alleen percelen met beregening konden een goede opbrengst behalen.
Het onderwatergewicht van Innovator ligt op een gemiddelde van 395 g/5kg. Ook bij deze parameter is duidelijk dat in Vlaanderen meer vocht in de bodem zat (door beregening) want het onderwatergewicht lag daar lager (383 g/kg) t.o.v. Wallonië (414 g/5kg).
In de meeste partijen was wel wat uitval te vinden met een maximum van 12%. Het ging in hoofdzaak over misvormde knollen. Doorwas kwam in Innovator nauwelijks voor. Als halflaat ras had het niet meer de kracht om tweede helft augustus nog een tweede groei door te maken.
De frietkwaliteit bleek uitstekend van alle partijen met nauwelijks heterogene frieten (kleurverschillen op één frietstaafje).
Challenger: 42 ton/ha
Er werden veertien percelen met het late ras Challenger bemonsterd, die gemiddeld geplant werden rond 20 april. Challenger is later rijp dan Innovator en kent ook een latere knoldikking dan Fontane. Hierdoor kon Challenger nog iets meer profiteren van de regen eind augustus.
De opbrengst +35 mm (met uitval) ligt dit jaar tussen 27 en 55 ton/ha met een gemiddelde van 42 ton/ha. 25 ton/ha of 55% van de opbrengst behoort tot de sortering +50mm. Ook bij Challenger is het verschil tussen Vlaanderen en Wallonië opmerkelijk met een verschil van 10 ton/ha (cfr. Innovator). De hoogste opbrengsten (in Vlaanderen) werden behaald op een beregend perceel en een perceel geteeld op een veld waar al heel lang geen aardappelen werden geteeld.
Het knolaantal lag dit jaar op 20 per struik wat voor dit ras een tweetal knollen meer is dan verwacht. Na een weinig groeizame zomer en een iets hoger knolaantal is het niet onlogisch dat de sortering fijn bleef.
Het meerjarig gemiddelde voor Challenger ligt rond 52 ton/ha met 71% in de sortering +50mm. Voor 2026 lijken we bijna 20% of 10,0 ton/ha lager dan het vijfjarig gemiddelde te blijven. Slechts een paar partijen haalden dit jaar een opbrengst hoger dan 50 ton/ha.
Het onderwatergewicht van Challenger ligt op een gemiddelde van 400 g/5kg. De knollen hebben toch nog wat vocht kunnen opnemen op het einde van het groeiseizoen.
Geen enkele partij had problemen met de frietkleur: allemaal haalden ze een uitstekende bakkwaliteit.
Bij de proefrooiing werd elke struik één per één gerooid om te controleren op aanwezigheid van doorwas. Op alle percelen in Vlaanderen werd wel eens een knol met een scheutje gevonden of een popperige (flesvormige) knol. Een drietal percelen hadden een groter percentage van de primaire knollen die een symptoom van doorwas vertoonden (tot maximaal 14%). Het gaat dan in hoofdzaak over popperige knollen, maar ook enkele scheuten en secundaire knollen.
Het percentage uitval bleef binnen de perken met een maximum van 5%. Het gaat in hoofdzaak over misvormde knollen.
Meer info
Veerle De Blauwer
Opvolgen kwaliteit en opbrengst op praktijkpercelen is mogelijk dankzij de financiële steun van de Vlaamse Overheid in kader van het Landbouwcentrum Aardappelen.