Categories
Close
Menu
Menu
Close
Zoeken...
Search

Coloradokever: hoe herken en bestrijd je deze plaag in aardappelen?

Coloradokever: hoe herken en bestrijd je deze plaag in aardappelen?
Print

In aardappelopslag worden in het vroege voorjaar vaak al coloradokevers opgemerkt. Vooral op percelen waar verleden jaar aardappelen stonden, komen de winterkevers in de maand mei uit de grond. Ze voeden zich aan opslagplanten om er massaal eieren op af te leggen. In de loop van juni ontluiken de eerste larvale stadia. Bestrijding in deze fase van de cyclus is zeer belangrijk! 

 

Cyclus van de coloradokever

De kevers die in het voorjaar uit de grond komen, noemen we de winterkevers. Zij moeten zich eerst kunnen voeden met aardappelloof om sterk genoeg te zijn voor paring en eileg. De legperiode duurt 2 à 3 weken. In die tijd kunnen de vrouwtjes 500 à 800 eieren produceren. Vrijwel alle overwinterde kevers sterven kort na de eileg. Om die reden vinden we in het voorjaar maar weinig kevers.

Bij inspectie van aardappelpercelen en aardappelopslag kan je wel eitjes vinden. Uit die eitjes komen de volgende dagen en weken larven tevoorschijn. Na het doormaken van drie larvale stadia (duur: 3 à 5 weken), kruipen de dikke rode larven van het 4de larvale stadium in de grond om 2 weken later (in juli) weer als (zomer)kever te verschijnen. Op dat moment zijn hun aantallen een veelvoud van het initiële aantal aanwezige winterkevers.

Aangezien het loof van de aardappelopslagplanten in mais- of bietenvelden tegen dan vaak opgevreten is, gaan de kevers vanaf dan op zoek naar een aardappelveld. Het is in die fase je de kevers over straat ziet lopen en op de terassen van burgers kan zien opduiken. Eens een aardappelveld gevonden, begint de eileg opnieuw en worden de larvale stadia doorlopen. De verpopping tot winterkever gebeurt in de bodem. Bij lagere temperaturen in het najaar blijven de kevers in de bodem tot de volgende lente. Enkel bij lange en warme zomers (vrij uitzonderlijk) komt de tweede generatie kevers opnieuw uit de grond gekropen om op zoek te gaan naar aardappelloof.

 

Hoe bestrijd ik als aardappelteler de coloradokever?

Drie bestrijdingsmogelijkheden (in chronologische volgorde)

1. Aanwezige opslagplanten bestrijden zodat eileg en larvale ontwikkeling worden bemoeilijkt, kan de populatie een flinke klap toedienen. De vernietiging van de aardappelopslag neemt de voedselbron van winterkevers weg, en verhindert dat de larven zich verder ontwikkelen tot het stadium (L4) waarin ze verpoppen tot kever. Bovendien is de bestrijding van aardappelopslag sterk aan te raden in het kader van de preventieve aanpak van nematoden en aardappelziekte.


2. Larven op opslagplanten bestrijden. Als niet alle aardappelopslagplanten in de volgteelt konden worden vernietigd, kan het zinvol zijn de cyclus te doorbreken door larven op deze opslagplanten te bestrijden. In maïs, bieten, cichorei... zijn echter geen middelen erkend voor de bestrijding van coloradokever. Bij de inzet van insecticiden ter bestrijding van bladluizen of rupsen worden echter ook de larven van coloradokevers aangepakt.


3. Wanneer op meerdere plekken in de aardappelen larven in grote aantallen verschijnen en vraatschade aanrichten, kan een bestrijding worden overwogen. In de aardappelteelt is nog een ruime waaier aan actieve stoffen erkend voor de bestrijding van coloradokever (zie lijst erkende middelen). Een bestrijding met breedwerkende middelen (bv. pyrethroïden zoals Decis, Karate Zeon...) is echter niet aangeraden omdat hiermee ook nuttige insecten afgedood worden en er bijgevolg problemen met bladluizen kunnen ontstaan.

De voorkeur gaat uit naar selectieve middelen. Middelen als bv. Coragen, Neemazal of Tracer zijn voldoende selectief en zijn dus te verkiezen in een geïntegreerde bestrijding. Ze sparen de meeste natuurlijke vijanden van bladluizen (gaasvlieg, lieveheersbeestje...). Meestal wordt de voorkeur gegeven aan Coragen omwille van zijn lange duurwerking. Neemazal en Tracer zijn ook erkend voor gebruik in biologische teelt.

Een behandeling kan plaatsgewijs gebeuren of vollevelds indien de aantallen hoog zijn.

Bestrijd bij voorkeur in de fase van jonge larven. Deze zijn veel gevoeliger dan de kevers!

 

Vorig Artikel Opbrengst Amora net onder meerjarig gemiddelde
Volgend Artikel Het en-enverhaal van duurzame tripsbeheersing in uien

Comments are only visible to subscribers.