Categories
Close
Menu
Menu
Close
Zoeken...
Search

Terugblik Praktijkdag regeneratieve landbouw

Terugblik Praktijkdag regeneratieve landbouw
Print

Er was heel wat belangstelling op het biologisch proefbedrijf van Inagro voor het startevent van het demonstratieproject ‘Obstakels voor het toepassen van regeneratieve praktijken wegwerken via kennis en demonstratie’.

Viaverda, Inagro en Praktijkpunt Landbouw Vlaams-Brabant dompelden de aanwezigen onder in de principes van regeneratieve landbouw. In een plenaire sessie lichtten ze toe waarom regeneratieve landbouw belangrijk is. Daarna toonden ze in het veld hoe je met kleine ingrepen een wereld van verschil kunt maken voor de gezondheid van je bodem.

 

In de loods

We gingen van start in de loods, waar Guillaume Provoost (Inagro) de kernideeën van de regeneratieve landbouw oplijstte. Daarna deelde Lieven Delanote de ervaringen van het 25-jarige onderzoek op het bio-proefbedrijf. Door bewust te kiezen voor uitgebreide rotaties, vaste rijpaden, niet-kerende bodembewerkingen en complexe groenbedekkers, zonder pesticiden- of kunstmestgebruik, werken ze al jaren actief aan de bodemkwaliteit. De gevolgen zijn zichtbaar, een verhoogd koolstofgetal, stabiele opbrengsten en een bodem met grote weerbaarheid in moeilijkere omstandigheden.

Joost Salomez (Departement Omgeving) schetste de huidige situatie in Vlaanderen. De Vlaamse bodems staan onder druk door toenemende verdichting, afnemend koolstofgehalte, water- en winderosie en een suboptimale pH. Bodemdegradatie is voor onze Vlaamse bodems een sluipend risico. Hierop terugkomen zal moeilijker zijn dan nu actief te werken aan de bodemkwaliteit. Een lerend netwerk van bodempioniers definieerde een set van contextspecifieke handelingen om bodemherstellende landbouw in de praktijk te brengen. Deze zijn opgenomen in het Vlaamse Bodemzorgplan.

Het goede nieuws is dat ook aan de kant van de afnemers hierin stappen worden gezet. De aanpak van groenteverwerker Ardo binnen het MIMOSA+‑project werd door Koen Dehullu (Ardo) uiteengezet. De huidige landbouw botst op zijn limieten. Gezonde gewassen telen met minder nood aan externe inputs en het stimuleren van biodiversiteit op en rond de akkers, zijn de speerpunten van het project. Het doel is om een gelijkaardige opbrengst aan kwalitatieve en residuevrije gewassen te telen.

Jan De Keyser (Fortis) belichtte hoe de rol van regeneratieve landbouw en bodemzorg binnen de visie van BNP Paribas Fortis past. Duurzaamheid, klimaat en bodem worden niet gezien als randvoorwaarden, maar bedrijfseconomische variabelen. Een transitie in de landbouw kan enkel tot stand komen als het primaire bedrijf dit economisch kan dragen. Hier speelt de volledige keten een rol.

 

Met de spade naar het veld

Daarna stapten we in de praktijk op de proefvelden. Jelina Terrijn (Praktijkpunt Landbouw Vlaams-Brabant) beoordeelde samen met de aanwezigen de bodemkwaliteit aan de hand van het bodemboekje van B3W. De toestand van je teelt tijdens het seizoen kan een eerste indicatie geven van plekken op je percelen waar de bodemkwaliteit extra aandacht vraagt. Wil je dit meer in detail bekijken, dan kan je

  • met een prikstok meten of er bodemverdichting optreedt en op welke diepte.

  • Met een spadesteek of profielkuil gaan bekijken wat er zich onder de grond voor doet.

Guillaume Provoost vertelde waarom groenbedekkers essentieel zijn voor een vitale bodem. Wortelexudaten van planten, een teelt of een groenbedekker, zullen het bodemleven voeden. De activiteit van schimmels en bacteriën draagt bij aan een betere bodemstructuur. Het is daarom altijd na te streven om begroeiing op je percelen te hebben, zodat je ook die tevreden houdt. Na de oogst van late teelten zijn de mogelijkheden beperkt, maar niet onbestaande. Afgelopen herfst en winter waren de temperaturen zacht. Sommige telers zaaiden in november nog rogge of winterwikke in januari. Durf die stap te zetten, wanneer het weer het toelaat.

Naast het voeden van het bodemleven, vervullen groenbedekkers nog vele andere functies voor de bodem. Een (complex) mengsel combineert bovendien deze eigenschappen.

  • Ze werken als vanggewas. Resterende stikstof wordt gecapteerd na de hoofdteelt. Soorten hebben een verschil in opnamesnelheid, maar ook de vrijstelling van de stikstof verschilt. Hou hier rekening mee bij het inwerken van je groenbedekker.

  • Door soorten met verschillende bewortelingsdieptes te combineren, ga je op verschillende dieptes werken aan de kruimelige structuur van je bodem.

  • Ze brengen organische stof aan. Organische stof ondergronds opgebouwd in het wortelgestel van een plant is bovendien koolstofrijker dan de bovengrondse.

  • Diepwortelende soorten, zoals luzerne, kunnen bijdragen aan het opheffen van bodemverdichting op grotere diepte, maar ze moeten hier wel de tijd voor krijgen. Dit is een proces van jaren.

  • Pas in groenteteelten op met bladrammenas of mosterd. Deze zijn verwant aan kolen. Naast facelia zijn onder andere boekweit en saffloer soorten die met groenten kunnen gecombineerd worden.

  • Vlinderbloemigen, zoals klavers of wikken, fixeren stikstof uit de lucht wanneer ze weinig stikstof vinden in de bodem en vullen zo de bodemvoorraad aan wanneer ze worden ingewerkt.

Verderop kwamen de principes van niet-kerende bodembewerkingen aan bod. “We staan in maart op het veld en willen binnen twee maand bloemkool zetten op een perceel waar nu een groenbedekkermengsel staat. Hoe beginnen we hier aan in een niet-kerend teeltsysteem”, vroeg Lieven Delanote (Inagro) aan de telers. Het groenbedekkermengsel was geraakt door de vorst en afgestorven. In dit geval was het aangewezen eerste te klepelen. Het mengsel bevatte zonnebloemen, die harde stengels nalaten. Wanneer je niet-kerend werkt, is het nuttig die eerst te verkleinen zodat het niet gaat stroppen wanneer je ze inwerkt.

Wanneer de bodem het toelaat, kan de groenbedekker ondergewerkt worden. Dit kan met een precisiecultivator, op slechts 2 tot 3 cm centimeter diep. Dit zal ook het opkomende onkruid wat tegengaan. Deze bewerking moet mogelijks een aantal keer herhaald worden om hergroei van de groenbedekker tegen te gaan.

Met een cultivator kan je de bodem opentrekken om wat uit te drogen voor je die klaarlegt voor de teelt. Belangrijk hierbij is dat je niet dieper opentrekt dan nodig. Je droogt de bodem kan ook uit tot op de bewerkingsdiepte.

Lien De Schrijver (Viaverda) toonde waar het kan foutlopen wanneer bodemverdichting optreedt. Als de bodemstructuur goed zit, heb je mooie aggregaten, bestaande uit zand-, leem- of kleideeltjes en organisch materiaal. Hiertussen zitten voldoende poriën van verschillende grootte, zodat water kan worden vastgehouden en tegelijkertijd een teveel aan water kan doorsijpelen, bijvoorbeeld na een hevige regenbui. Door die eerder losse structuur, kunnen plantenwortels en het bodemleven hun weg vinden en elkaar voeden (symbiose). Zuurstof-en CO2-uitwisseling bevorderen mineralisatie en het bodemleven. Bij bodemverdichting worden de bodemdeeltjes zodanig tegen elkaar geduwd dat de poriën verdwijnen en de bodemprocessen worden verstoord.

We stonden op een perceel waar prei in januari werd uitgereden. De sporen van de klembandrooier zijn nu nog zichtbaar. Er is op de bodem een korst gevormd. Na de oogst is geen bodembewerking meer uitgevoerd. Een spadesteek onder een wielspoor toont een dichte bodemstructuur in de bovenste 15 cm. Hier is oppervlakkige verdichting opgetreden. Een meter verderop, waar niet gereden is tijdens het rooien, zien we een losse kruimelige structuur. Hoe pak je dit nu aan? Op beide plaatsen zien we bovendien dat op zo’n 20 cm diep de grond nog vochtig is. Deze natte grond kon nog worden gekneed, zonder te verkruimelen. Dat toont dat het nog één tot twee weken te vroeg is om het land te bewerken. In het voorjaar heb je er baat bij om te wachten tot de draagkracht van de bodem het toelaat het perceel te bewerken. Hou bij elke bodembewerking de bodemkwaliteit op lange termijn in gedachten. Dit perceel zal eerst met een precisiecultivator worden opengetrokken om het opkomende onkruid te bestrijden. Dit zal de korst breken, wat verdamping stimuleert. Later zal met een diepwoeler de grond tot zo’n 15 cm diep worden bewerkt om de verdichting te breken. Het is aan te raden dit niet dieper te doen dan nodig, om te sterke uitdroging te vermijden.

Een diepere bodemverdichting is moeilijker aan te pakken. Je moet eraan kunnen werken zonder op grotere diepte problemen te veroorzaken. Werk daarom nooit dieper dan nodig. Diepgronden kan een optie zijn. Doe dit niet in een te natte bodem, want dan slibben de bodemdeeltjes gewoon terug bij elkaar. Door eerst met een prikstok de probleemzones te identificeren, kan je het diepgronden mogelijks beperken tot een deel van het perceel. Bij voorkeur wordt diepgronden gevolgd door de inzaai van een groenbedekker om aan de hand van het wortelstelsel de losse structuur te behouden.

Tot slot gaven Anneline Brouckaert en Bert Everaert (Inagro) meer inzicht in de rol van kalk, calcium en magnesium in de bodem en hoe hier met bemestingsadviezen wordt op ingespeeld. Naast de behoefte van de teelt, is het belangrijk dat de nutriënten in de juiste verhouding aanwezig zijn en de pH juist zit, om opname te optimaliseren. Zo kan een element voldoende aanwezig zijn in de bodem, maar niet beschikbaar het gewas.

 

 

 

 

 

Conclusie

  • Kijk naar je perceel voor je een bewerking doet.

  • In het voorjaar is het wachten geblazen. Neem je spade mee naar het veld, om te oordelen of je bodem klaar is voor de start van het teeltseizoen.

  • Denk na hoe je het land achterlaat na de oogst. Misschien is die ene bewerking op dat moment nodig om een goede drainage tijdens de winter te verzekeren.

  • Streef altijd naar een bedekte bodem. Durf te zaaien op minder voor de hand liggende momenten.

  • Bewerk niet meer of niet dieper dan nodig. Streef na om minder kerend te werken om de bodemstructuur te behouden.

 

 

 

 

 

Wat volgt nog?

In het najaar worden de basisprincipes van regeneratieve landbouw toegelicht in vijf webinars. Hou voor meer info onze agenda in de gaten.

 

Meer info

Lien De Schrijver

 

Dit artikel kadert in het project 'Regeprak: obstakels voor het toepassen van regeneratieve praktijken wegwerken via kennis en demonstratie'.

 

Vorig Artikel Vacature: proefveldverantwoordelijke sierteelt (onder bescherming)

Comments are only visible to subscribers.