In aardappelopslag werden de voorbije weken al coloradokevers opgemerkt. Vooral op percelen waar verleden jaar aardappelen stonden, zijn de winterkevers uit de grond gekomen. Ze voeden zich aan opslagplanten om er massaal eieren op af te leggen. Ondertussen ontluiken de eerste larvale stadia. Tijd voor inspectie en eventuele bestrijding!
Cyclus van de coloradokever
De kevers die recent uit de grond zijn gekomen, noemen we de winterkevers. Zij moeten zich eerst kunnen voeden met aardappelloof om sterk genoeg te zijn voor paring en eileg. De legperiode duurt 2 à 3 weken. In die tijd kunnen de vrouwtjes 500 à 800 eieren produceren. Vrijwel alle overwinterde kevers sterven kort na de eileg. Om die reden vinden we nu maar weinig kevers.
Bij inspectie van aardappelpercelen en aardappelopslag kan je wel eitjes vinden. Uit die eitjes komen de volgende dagen en weken larven tevoorschijn. Na het doormaken van drie larvale stadia (duur: 3 à 5 weken), kruipen de dikke rode larven van het 4de larvale stadium in de grond om 2 weken later (eind juli) weer als (zomer)kever te verschijnen. Op dat moment zijn hun aantallen een veelvoud van het initiële aantal aanwezige winterkevers.
Hoe bestrijd ik de coloradokever?
Drie bestrijdingsmogelijkheden (in chronologische volgorde)
1. Aanwezige opslagplanten bestrijden zodat eileg en larvale ontwikkeling worden bemoeilijkt, kan de populatie een flinke klap toedienen. De vernietiging van de aardappelopslag neemt de voedselbron van winterkevers weg, en verhindert dat de larven zich verder ontwikkelen tot het stadium (L4) waarin ze verpoppen tot kever. Bovendien is de bestrijding van aardappelopslag sterk aan te raden in het kader van de preventieve aanpak van nematoden en aardappelziekte.
2. Larven op opslagplanten bestrijden. Als niet alle aardappelopslagplanten in de volgteelt konden worden vernietigd, kan het zinvol zijn de cyclus te doorbreken door larven op deze opslagplanten te bestrijden. In maïs, bieten, cichorei... zijn echter geen middelen erkend voor de bestrijding van coloradokever. Bij de inzet van insecticiden ter bestrijding van bladluizen of rupsen in de volgteelt worden echter ook de larven van coloradokevers aangepakt.
3. Wanneer op meerdere plekken in de aardappelen larven in grote aantallen verschijnen en vraatschade aanrichten, kan een bestrijding worden overwogen. In de aardappelteelt is nog een ruime waaier aan actieve stoffen erkend voor de bestrijding van coloradokever (zie lijst erkende middelen). Een bestrijding met breedwerkende middelen (bv. pyrethroïden zoals Decis, Karate Zeon...) is echter niet aangeraden omdat hiermee ook nuttige insecten afgedood worden en er bijgevolg problemen met bladluizen kunnen ontstaan.
De voorkeur gaat uit naar selectieve middelen. Middelen als bv. Coragen, Neemazal of Tracer zijn voldoende selectief en zijn dus te verkiezen in een geïntegreerde bestrijding. Ze sparen de meeste natuurlijke vijanden van bladluizen (gaasvlieg, lieveheersbeestje...). Meestal wordt de voorkeur gegeven aan Coragen omwille van zijn lange duurwerking. Neemazal en Tracer zijn ook erkend voor gebruik in biologische teelt.
Een behandeling kan plaatsgewijs gebeuren of vollevelds indien de aantallen hoog zijn. Bestrijd in de fase van jonge larven. Deze zijn gevoeliger dan de kevers.