Categories
Close
Menu
Menu
Close
Zoeken...
Search

Duurzame sierteelt in de kijker: voorkom ammoniakschade bij het gebruik van organische meststoffen

Duurzame sierteelt in de kijker: voorkom ammoniakschade bij het gebruik van organische meststoffen
Print

In het Jaarprogramma Duurzaamheid Sierteelt willen we siertelers helpen in de transitie naar een meer duurzame bedrijfsvoering.

De huidige thema’s zijn biologische controle organismen (BCO’s), organische bemesting en slimme technologieën. Deze maand gaan we dieper in op het gebruik van organische meststoffen bij containerteelten.

 

Duurzaam bemesten vraagt meer dan enkel een andere meststof

Organische meststoffen winnen terrein in de sierteelt. Ze passen binnen de verduurzaming van de sector en kunnen helpen om het gebruik van minerale meststoffen te verminderen. Toch merken telers soms dat jonge planten na het oppotten of zaaien trager groeien, slecht bewortelen of zelfs uitvallen. Problemen kunnen veroorzaakt worden door een tekort aan voeding, maar ook door een overmaat aan ammoniak. Hoe ontstaan deze problemen en hoe kan je ze voorkomen?

 

Wat gebeurt er wanneer een organische meststof aan de potgrond wordt toegevoegd?

In tegenstelling tot minerale meststoffen komt stikstof uit organische meststoffen niet onmiddellijk beschikbaar voor de plant. In organische meststoffen zit stikstof nog gebonden in complexe verbindingen, zoals eiwitten. Planten kunnen deze vorm niet rechtstreeks opnemen. Micro-organismen moeten de stikstof eerst omzetten naar ammonium en vervolgens naar nitraat. Het afbreken van organische stikstof door micro-organismen gebeurt in twee stappen:

  1. Mineralisatie (ammonificatie): organische stikstof wordt omgezet naar ammonium (NH₄⁺).
  2. Nitrificatie: gespecialiseerde bacteriën zetten ammonium vervolgens om naar nitraat (NO₃⁻), een goed opneembare stikstofvorm voor planten.

Tijdens de eerste stap stijgt de pH van het substraat. Wanneer de pH te hoog wordt (vanaf 7,5 à 8), wordt een deel van het ammonium omgezet naar ammoniak (NH₃), wat schadelijk is voor plantenwortels en kiemende zaden. Indien er te weinig nitrificerende bacteriën aanwezig zijn voor de tweede stap, kunnen de concentraties aan ammonium en ammoniak in het substraat hoog oplopen.

   
Verschillen in beworteling door meststoffen bij jonge planten.    

 

Niet alleen de meststof, ook de timing telt

In een studie van RHP (keurmerk voor substraten en potgronden) werden substraten aangemaakt met organische meststoffen, en vervolgens werden gedurende twintig dagen zaaiproeven uitgevoerd met dat substraat. De sterkste groeiremming trad op tijdens de eerste dagen en weken na het mengen van het substraat. Net in die periode kwam de mineralisatie van de organische stikstof volop op gang en werden hoge ammonium/ammoniak concentraties en verhoogde pH-waarden vastgesteld.

Voor siergewassen herkennen veel telers dit fenomeen als een onregelmatige opkomst, vertraagde beworteling, gele of zwakke planten en groeiachterstand. Het is dus niet wenselijk om de volledige mineralisatie- en nitrificatieprocessen in aanwezigheid van een jong gewas te laten plaatsvinden.

Een mogelijke oplossing is om het substraat na het mengen minimaal 2 weken te laten rusten om voor te incuberen. Tijdens die periode kunnen ammonificatie en nitrificatie al gedeeltelijk verlopen voordat het substraat in gebruik wordt genomen. Daardoor neemt het risico op ammoniakschade af. De grootste pH-schommeling gebeurde dan tijdens die rustfase, en niet tijdens de teelt.

   
Stekken zijn extra gevoelig aan pH-schommelingen.    

 

De samenstelling van het substraat bepaalt mee het risico

Twee eigenschappen van het substraat bepalen het risico op ammoniakschade, namelijk de pH-buffering en de aanwezigheid van nitrificerende bacteriën.

Substraten met een lage pH-buffer zijn meer onderhevig aan pH-schommelingen. Tijdens de mineralisatie zal de pH hoger oplopen, en zal er dus ook meer ammoniak aanwezig zijn. Veenvrije grondstoffen zoals houtvezel en kokos hebben een lagere pH-buffer.

Wanneer weinig nitrificerende bacteriën aanwezig zijn, kan de concentratie aan ammonium, en dus ook aan ammoniak, oplopen. Voorbeelden van grondstoffen die van nature weinig actieve nitrificerende bacteriën bevatten zijn veen en kokos. Je kan dit oplossen door grondstoffen toe te voegen die wel nitrificerende bacteriën bevatten of stimuleren, zoals compost, schors(compost) of biochar.

 

     
 

Hoe de meststoffen toepassen: ondermengen of top dress?

Onderzoek toonde aan dat de vrijzetting van nutriënten uit organische meststoffen efficiënter en beter verloopt wanneer de organische meststof gemengd wordt in het substraat, dan wanneer het als top dress (bijbemesting) wordt toegediend. De meststofkorrels worden op die manier volledig omhuld door substraat en de aanwezige micro-organismen, terwijl dit bij top dress niet het geval is. Echter, de meeste organische meststoffen hebben maar een maximale werkingsduur van 2 maanden.

Voor langere teelten is dus een combinatie van ondermengen in het substraat en top dress noodzakelijk. Het vrijzetten van nutriënten bij top dress later in de teelt verloopt wel efficiënter, aangezien de noodzakelijke micro-organismen in het substraat al volledig zijn ontwikkeld. Ook het combineren van snel mineraliseerbare meststoffen (meestal van dierlijke oorsprong) met een tragere meststof (meestal van plantaardige oorsprong) kan helpen voor een continue vrijzetting van nutriënten.

 

 

Welk effect heeft de temperatuur op het vrijzetten van nutriënten?

De snelheid van mineralisatie is temperatuursafhankelijk. Onder 4°C zijn de micro-organismen in rust, en zien we nauwelijks mineralisatie. Het ideale temperatuursvenster is tussen de 20 en 28°C. Bij deze temperatuur kunnen ammoniumpieken ontstaan precies op het moment dat jonge wortels zich ontwikkelen.

In de zomer kan de temperatuur in de pot oplopen tot meer dan 35°C, waarboven de mineralisatie sterk afneemt. Tijdens periodes met hoge temperaturen kan dus ook groeiachterstand optreden door een nutriëntentekort, terwijl er wel voldoende meststoffen aanwezig zijn. Het gebruiken van lichter gekleurde potten, het voorzien van schaduw of het toepassen van mulch op de pot kan helpen om de temperatuur lager te houden.

   
Opkomst van zaailingen kan worden verstoord door pH en ammoniak.    

 

Wat zien we in de praktijk?

Het risico op groeiachterstand of schade neemt vooral toe wanneer verschillende factoren samenkomen:

  • een vers gemengd substraat
  • een beperkte pH-buffering
  • hoge substraattemperaturen
  • afwezigheid van nitrificerende bacteriën

Dat verklaart waarom problemen vaak perceels- of partijgebonden zijn en niet elk jaar optreden. Hoe kunnen we ammoniakschade en groeiachterstand voorkomen?

  • Meng organische meststoffen tijdig door het substraat en laat het substraat bij voorkeur één tot twee weken voorincuberen
  • Bewaak de pH
  • Gebruik indien mogelijk composthoudende mengsels
  • Vermijd extreme temperaturen in de pot
  • Combineer snelle en trage organische meststoffen voor een gelijkmatige vrijstelling van nutriënten.
   
De samenstelling van het substraat heeft een groot effect op de mineralisatie.    

 

     
 

Conclusie

Organische meststoffen bieden belangrijke kansen om de sierteelt verder te verduurzamen. Een succesvolle toepassing vraagt echter meer aandacht voor het samenspel tussen meststof, substraat en microbiële activiteit. Vooral in jonge teelten kan een tijdelijke ammoniakpiek leiden tot kiemings- en groeiproblemen. Door de timing van bemesting af te stemmen, te kiezen voor een geschikt substraat en voldoende aandacht te besteden aan pH en temperatuur, kunnen telers het risico op ammoniakschade sterk beperken en optimaal profiteren van organische bemesting.

 

 

Vragen? We geven graag advies!

In het kader van het Jaarprogramma Duurzaamheid bundelt Viaverda haar expertise rond BCO’s, organische bemesting en slimme sensoren zoals drones. Telers kunnen steeds bij ons aankloppen met al hun vragen.

 

Meer info

 

Dit artikel kadert in het Jaarprogramma Duurzaamheid Sierteelt met steun van het Agentschap Landbouw en Zeevisserij.

Vorig Artikel Laanboomtelers op zoek naar een efficiëntere bespuitingstechniek
Volgend Artikel Wetting agents in containerteelten: resultaten van praktijkonderzoek

Comments are only visible to subscribers.