Door de toenemende droogte en waterschaarste wordt het belangrijker om verschillende waterbronnen te benutten voor irrigatie. Niet elke waterbron heeft echter dezelfde kwaliteit.
Niet elke waterbron heeft echter dezelfde kwaliteit. Vooral een hoog zoutgehalte in het irrigatiewater verdient aandacht. Wat betekent zoutrijk water voor het gewas en de bodem, en wanneer kan het toch een bruikbare waterbron zijn?
De EC-waarde als belangrijke indicator
Een eerste aandachtspunt bij de beoordeling van irrigatiewater is de elektrische geleidbaarheid (EC). Deze waarde geeft een indicatie van de hoeveelheid opgeloste zouten in het water. Hoe hoger de EC, hoe groter doorgaans de zoutbelasting voor het gewas en de bodem.
Als algemene richtwaarde wordt in de literatuur vaak een EC van 1.500 µS/cm gehanteerd. In de praktijk kunnen de waarden echter sterk verschillen tussen waterbronnen. Ook gezuiverd afvalwater kan bijvoorbeeld een hogere EC hebben, afhankelijk van de herkomst en de manier waarop het water werd gebruikt en gezuiverd.
Daarom is het belangrijk om de samenstelling van een alternatieve waterbron vooraf te laten analyseren en niet alleen af te gaan op de herkomst van het water.
| |
|
|
| |
Niet elk gewas is even gevoelig
De gevoeligheid voor zout verschilt sterk tussen gewassen. Een gewas kan een bepaalde zoutconcentratie verdragen zonder dat dit meteen tot een meetbare opbrengstdaling leidt. Zodra een bepaalde zoutdrempel wordt overschreden, kan de opbrengst wel afnemen.
Ook de bodem en de omstandigheden spelen hierbij een belangrijke rol. Binnen de groenten zijn er bijvoorbeeld duidelijke verschillen in zouttolerantie. Courgette en broccoli zijn relatief tolerant, terwijl ui en aardappel gevoeliger zijn voor hoge zoutgehaltes in het water en de bodem. Ook de bodemsoort is bepalend in de tolerantie voor zoutconcentraties: zo zullen gewassen geteeld in zandgronden toleranter zijn voor hoge zoutconcentraties dan leem- of kleibodems. Meer info hierover is terug te vinden op de website van Lenntech.
|
|
Mogelijke schade aan het gewas
Uit onderzoek binnen Irrigatie 2.0, waarbij Inagro het effect van zoutrijk gezuiverd afvalwater als irrigatiewater heeft getest, bleek dat een hoge zoutconcentratie rechtstreeks gevolgen kan hebben voor het gewas. Tijdens proeven met verschillende types gezuiverd afvalwater werd bij aardappelen, bloemkool en spinazie onder bepaalde omstandigheden bladverbranding vastgesteld. De schade was duidelijker bij droog en warm weer en beperkter wanneer het blad vochtig was.
Niet elk gewas reageert bovendien op dezelfde manier. Bij bladgewassen zoals spinazie is extra voorzichtigheid aangewezen, omdat de bladeren rechtstreeks het geoogste product vormen. Ook tijdens de kiemfase van gezaaide gewassen kan de zoutbelasting een aandachtspunt zijn.
Voldoende water kan opbrengstverlies beperken
Zoutrijk water betekent niet automatisch dat irrigatie moet worden vermeden. Zo bleek dat beredeneerd beregenen tijdens droogteperiodes bij aardappelen, bloemkool en spinazie op korte termijn meestal betere opbrengstresultaten gaf dan helemaal niet beregenen.
De kwaliteit van het irrigatiewater moet daarom steeds worden afgewogen tegen de beschikbaarheid van water en de droogtestress van het gewas. In sommige omstandigheden kan het beter zijn om een gewas gericht te beregenen met water van mindere kwaliteit dan om het volledig zonder irrigatie te stellen.
| |
|
|
| |
Langdurig beregenen met zoutrijk water is nefast
Bij herhaaldelijk gebruik van zoutrijk water kunnen zouten zich opstapelen in de bodem. In veldproeven steeg het natriumgehalte in de bovenste bodemlaag. Regen zorgde wel voor uitspoeling, maar de oorspronkelijke waarden werden niet volledig hersteld.
Hoge zout- en natriumgehaltes kunnen op termijn de bodemstructuur en infiltratie aantasten en ervoor zorgen dat planten moeilijker water opnemen. Na enkele jaren waren er eerste aanwijzingen voor verminderde infiltratie en bodemverslemping, al konden deze effecten nog niet objectief worden aangetoond.
|
|
Hoe omgaan met zoutrijk irrigatiewater?
Het gebruik van water met een hoger zoutgehalte vraagt dus om een beredeneerde aanpak. Enkele aandachtspunten:
- Laat het water analyseren, met aandacht voor EC en de samenstelling van de zouten.
- Hou rekening met het gewas: de zouttolerantie verschilt sterk tussen gewassen.
- Gebruik sterk zoutrijk water bij voorkeur niet voortdurend, om zoutophoping in de bodem te beperken.
- Volg de bodemkwaliteit op wanneer een waterbron langdurig wordt gebruikt.
- Als het mogelijk is, kan verdunning met een waterbron van betere kwaliteit de zoutbelasting beperken.
- Hou rekening met weersomstandigheden en groeistadium. Vooral jonge gewassen en bladgewassen kunnen extra gevoelig zijn.
Meer info
Elise Vandewoestijne